maandag 28 november 2016

ANKEREN OP DE LANDINGSBAAN

Liggen we op de Bahama’s, waar internet schaars is. Klappen we op de eerste ankerplek onze laptop open en wat hebben we daar? Een open internetlijn - notabene te ontvangen vanaf de boot! Tja, dat vraagt om een extra weblogbericht.


Een laatste blik op Miami

aterdagochtend 26 november om half zes in de ochtend is het moment daar. Met het ophalen van ons anker verbreken we contact met Amerikaanse bodem. Voor de laatste keer. Definitief. Een half jaar aan ervaringen, beelden en belevingen schiet door mijn gedachten. Jaren keken wij er naar uit ooit eens met onze boot in Amerika te zeilen. Langs de historische oostkust, waar in de 16e eeuw 'de nieuwe wereld' begon. Door South- en North Carolina. Naar Washington. New York. 

Vanaf de voorpunt kijk ik nog een keer naar het land - ik denk dat ik verwacht dat de kade vol staat met roepende en zwaaiende mensen, uitgedost met spandoeken, vlaggetjes en toeters. Ik zie niemand. Misschien is het nog te vroeg? Of zou iedereen verderop staan, langs het drie mijl lange Government Channel? Ja, natuurlijk, dat is het! Government Channel is het hoofdkanaal van Miami naar zee. Langs de kant zijn parkeerplaatsen en een boulevard. De ultieme plek om de vertrekkende Antares een waardig, koninklijke afscheid te geven.

Aan het begin van Government Channel ligt een politieboot met zwaailichten. Zie je wel! Die moet ruimte maken voor Antares. Zo, dat te opdringerige fans niet te dichtbij kunnen komen. Ik zie een, twee, drie... nee vijf cruiseschepen aan de wal liggen. Zouden er speciale 'Goodby Antares' arrangemenen zijn verkocht? 'Zwaai-de-Antares-uit-vanaf-je-eigen-balkon-op-een-cruiseschip,onder-het-genot-van-een-champagne-ontbijt’. Duizend dollar p.p. Dat moet het zijn. Wisten wij helemaal niets van trouwens. Wat een leuke verassing!


VIA DE ACHTERDEUR

Via de achterdeur, maar met een mooie opkomende zon
Maar dan blijkt dat het Government Channel niet gebruikt mag worden wanneer er een cruiseschip afgemeerd ligt. Veiligheidsvoorschrift. Je zou immers zo je bootje kunnen volstoppen met explosieven en een cruiseschip rammen. 

En vandaag ligt er niet 1 cruiseschip... er liggen vijf cruiseschepen. VIJF!!! Dat geeft te denken... Alsof Amerika geen enkel risico wilde lopen op een triomf uittocht van Antares. Amerika? Trump! 

Net als we de zee op willen, komt cruiseschip nr 6 binnen
Een knipoog van de zon, weerspiegelt in een Miami toren.
Want wij mogen dan wel een stempel in ons paspoort hebben gekregen, zodat we 6 maanden mogen blijven, dat was onder de democraten dus is sowieso fout. Alles wat onder Obama plaatsvond, moet teruggedraaid. En bovendien verloopt het visum van die Antaresjes over twee weken, dus als je die laatste twee weken even buiten beschouwing laat, zijn ze hartstikke illegaal. Er uit met die mensen! Zonder pardon. En dus wijst de politieboot ons resoluut de achterdeur. We moeten verderop onder een brug door (ja, hoog genoeg) en dan, om de hoek, via een achteraf kanaaltje langs containerterminals naar zee. En zo verlaten we Amerika via de achterdeur. Via het loosgaatje. 

De zon doet nog zijn best om een feestelijk tintje aan ons vertrek te geven en wurmt zich met een knipoog door de donkere wolken heen. Maar hij is dan ook de enige. De wind moet er niets van weten en keert ons met een ‘bekijk het maar’ de rug toe. 

JA JA, WE ZIJN AL WEG...
Een containerschip vol ...Chinese... producten nadert Miami
Onze Yanmar sleept ons de hele ochtend bij de Miamiaanse kust vandaan. Tot op dertig mijl van Miami zijn de hoge torens van de stad zichtbaar, alsof zij zich uitrekken om er zeker van te zijn dat de Antares toch niet stiekem ergens de steven wendt en terugkeert naar de kust. Is het toevallig dat juist Trump zo veel hoge vastgoed torens in Amerika neerzette? Nou, wees niet bang hoor. Wij gaan echt wel hoor, echt wel... Rustig maar, rustig maar... we zijn al weg...


Als de Amerikanen er echt zeker van zijn dat wij niet meer terugkeren, zetten ze de wind aan*. We rollen het voorzeil uit en zeilen half wind naar het oosten. De wind is vlagerig met buien en zo varieert onze snelheid tussen drie en zeven knopen. Meer drie dan zeven en dat is prima want we mogen niet te vroeg aankomen bij Bimini, want de toegang is ondiep.


*) Ja echt, dat kunnen Amerikanen. Die kunnen het weer beïnvloeden. Althans, dat hoorden we vorig jaar een Amerikaanse cruiser beweren op de marifoon. Hij was er volledig overtuigd en noemde voorbeelden van stormen die door de Amerikaanse overheid waren veroorzaakt. En dan had hij het niet over politieke, maar over natuurlijke stormen. Die dan volgens hem dus juist niet natuurlijk waren, maar... nou ja, je snapt het.

WARM ONTHAAL?

Hoe welkom zouden we zijn in de Bahama's? Anderhalf uur voor hoogwater bereiken we de toegang. De diepte loopt snel terug van honderden meters naar 10, 9, 8... 4.5, 4.2... we zetten de motor in vrijloop om onze snelheid terug te brengen. 3.1, 2.9, 2.5, 2.3... we zetten de motor vol in zijn achteruit. 2.2, 2.1. 

We hebben nog maar tien centimeter onder de kiel en zijn nog lang niet door de nauwe ingang. Kunnen we Bimini helemaal niet in? Heeft Trump misschien zijn collega op de Bahama's gewaarschuwd voor de komst van die Antares? Dat er hier afgelopen nacht een paar baggerschepen tonnen zand in de haveningang hebben gekieperd? Om ons de toegang te beletten? 

De volgende aanloop is Nassau en dat is 125 mijl verderop. Vanavond gaat het te hard waaien en morgen nog harder. Pal tegen. Dat halen we nooit. Ai..ai..ai.. Bij de tweede poging volgen we niet het midden van de vaargeul, maar varen vlak langs de rode boeien. We houden ons hart vast en veertig centimeter water onder de kiel. Spannend is het wel.

We zien geen hand meer voor ogen. Dikke regen en wind.
Terwijl we verder varen kleurt de hemel zwart. Met de zon op de achtergrond geeft het een prachtig beeld, maar het voorspelt weinig goeds. Even later breekt de hemel open en duwt een dikke wind ons richting het rif. Welkom in de Bahama's!

KRAPPE ANKERPLAATS
We blijken de ankerplek te moeten delen met watervliegtuigjes. Met drie halve boeitjes is een parcours afgebakend waar het watervliegtuig kan landen. Er blijft erg weinig ankerruimte over. Op zich niet erg, maar er liggen ons net te veel boten en de ankergrond is niet best. Een canadees moet zes pogingen doen voordat het anker -min of meer- houdt. Even later drijft een tweede Canadees richting het rif. 

Wij liggen zo dicht bij een derde Canadees, dat we laat in de avond ankerop gaan en opnieuw ankeren. En -fuck it maar- we droppen ons anker gewoon midden op de landingsbaan voor de watervliegtuigen. 's Nachts wordt er toch niet gevlogen. Morgen zien we wel weer. Het is evenwel een nacht zonder veel slaap, regelmatig checken we of we nog goed liggen. De derde Canadees verplaatst midden in de nacht ook zijn anker een stukje en Canadees 1 en 2 liggen zo dicht bij elkaar, dat we ze 's nachts met elkaar horen keuvelen aan dek.

Het wordt steeds drukker op de ankerplaats.
De piloot groet ons hartelijk.
De volgende ochtend blijkt het allemaal prima te gaan. Vinden wij. Maar de havenmeester van de naastgelegen marina staat druk te schreeuwen naar ons en naar Canadees 1 en 2. Geen wonder, zijn marina is vrijwel leeg en de ankerplaats vol. Die wordt later nog voller, als de invasie van canadezen pas echt losbarst. 

In de middag liggen er twaalf zeilboten voor anker op een plek waar volgens ons plaats is voor maximaal drie boten...! Het wordt ons langzaamaan ook te gortig met de drukte hier. We kunnen zo de koffiekopjes doorgeven aan Canadees 8 in de kuip naast ons. En als morgen, volgens verwachting, de wind naar het zuiden draait liggen we met Antares midden op de landingsbaan. 

ELECTRA KABELTJE
Quirijn maakt het watervliegtuig na
Er is nu nog een piepklein gaatje iets verder naar achteren. Als er nog een Canadees komt, is dat vergeven. Dus... ankerop. Terwijl we het anker ophalen, blijkt waarom we vannacht -ondanks de slechte ankergrond- zo goed lagen. Het anker komt maar moeizaam omhoog en dan zie ik dat er een armdikke elektriciteitskabel aan hangt. Oei. 

We laten het anker weer zakken en varen vooruit om het vrij te varen. Maar dat lukt niet. 'Vroeger' hadden we altijd een neuringlijn aan het anker zitten*, maar dat hebben we in de Carieb wel afgeleerd. Er zijn namelijk zeilers (Fransen, op de een of andere manier altijd Fransen) die denken dat jouw neuringlijn een mooringbal is en gewoon hun boot vast leggen aan jouw anker (!!). Of ze varen er overheen waardoor de lijn in hun schroef vast komt te zitten met alle problemen van dien (meerdere keren zien gebeuren, gelukkig niet bij ons).


*) een lijn met een boeitje eraan dat dan op de wateroppervlakte dreef. Als het anker dan ergens vastzit, kun je daarmee proberen het vrij te krijgen omdat je dan juist aan de achterkant van het anker trekt, tegen de normale trekrichting in. 

Wat nu? Het water is ruim vijf meter diep, dus ik kan niet even naar beneden snorkelen. Voorzichtig trekken we het anker zo ver mogelijk omhoog met de ankerlier. Tik, tik, tik. Wat als de kabel breekt, gaat er door mijn hoofd. Zit dan het hele eiland zonder stroom? En worden wij aangeklaagd? En natuurlijk direct het land uitgeflikkerd... Hoeveel spanning zou er op de kabel staan? Overleef ik de stroomstoot? Tik, tik, tik. Gelukkig ligt de kabel vrij los op de bodem en kunnen we hem zo ver naar boven tillen dat ik, als ik ver over de railing heen hang - met mijn voeten los van het dek- de pikhaak achter de beugel van ons Rocna anker kan haken. Hedda viert nu snel de ankerketting waardoor het anker ondersteboven hangt aan de pikhaak. De 33 kilo trekken mij bijna overboord, maar de electrakabel valt van het anker af naar beneden. Pfoeh!

ANKEREN OP LAND
Twee bimini's op een foto.
We doen drie pogingen om in het kleine gaatje tussen Canadees 11 en 12 een plekje voor ons te vinden, maar zonder succes. Het anker houdt niet omdat we net op een vlakke stenen bodem liggen en bij een volgende poging schuiven we weer te dicht op Canadees 11 naar onze zin. Maar wat nu? Vertwijfeld varen we even rond en varen dan om het resort heen verder noordwaarts. Volgens onze kaartplotter is daar nog een klein haventje, misschien vinden we daar nog een klein plekje waar we kunnen liggen. Anders weten we het ook even niet meer...

Als we de bocht omkomen, zien we dat naast het kleine haventje inmiddels een heel groot bassin is uitgegraven. Volgens onze kaartplotter is het land, maar we zien water. En zo valt even later het anker in onze eigen privé ankerbaai, die - zo vermoed ik - in de zes maanden na ons vertrek uit de Bahama's afgelopen mei, speciaal voor ons is gegraven. In opdracht van de president van de Bahama's himself, als groots welkomstgebaar aan de Antares om de vreugde van de bevolking van de Bahama's te tonen dat Antares weer teruggekeerd is in haar vaarwateren. 

Kijk, dat is nog eens een warm welkom !

Onze privé-ankerbaai, met dank aan de genereuze bevolking van de Bahama's.
















Geen opmerkingen:

Een reactie posten