maandag 8 december 2014

Canaries - Part Two

Ting, ting, ting. Woehoeshhhh. Ting, ting, ting. De wind giert over de haven van Las Palmas, Gran Canaria. Het is vrijdagavond 28 november en het waait hard op de Canarische Eilanden. Erg hard. 50 knopen, zo hoor ik later. Wij hebben vanavond Ron en Joce van de Verleiding op de koffie. Ik loop het haventerrein over naar een andere Nederlandse boot, de Batjar. Misschien hebben zij ook trek in koffie? Op de kade heb ik moeite om tegen de wind in te lopen. Zo veel wind. Ik moet er tegenin hangen om overeind te blijven. Aan de buitenkant van de kade liggen zes zeilboten aan even zoveel moorings. Ze rukken vervaarlijk aan hun mooringlijnen. De masten zwiepen heen en weer, net als de masten in de haven trouwens. Ting, ting, ting. Woehoesh…. gaat het continu door de haven.

Lanzarote - Gran Canaria
Maandag 24 november vertrokken we na drie weken uit de jachthaven Lanzarote. Met ruime wind, kracht vijf, hadden we een heerlijke zeildag, vooral omdat we in de luwte van Lanzarote voeren waardoor er geen sprake was van hoge golven. Zo zou het altijd moeten zijn. Na een nacht in Rubicon Marina vertrokken we naar Gran Canaria, 96 mijl westelijk. De tocht was vrij pittig vanwege de deining, arme Quirijn heeft vijf keer moeten spugen. Ook Hedda was niet zo lekker maar zij hield het goed. Met halve wind kracht vijf konden we wel snel varen en voeren vijftien uur na vertrek al Las Palmas binnen.

Een half uur voor onze aankomst horen we uit de achterkajuit ‘mama, papa, ik ben wakker’. Quirijn had gezworen wakker te zullen worden om de invaart van de haven mee te maken. Als Hedda hem naar de kuip haalt, zegt hij dan ook met een triomfantelijk gezicht ‘ik had toch belooft dat ik kort zou slapen’. Omdat we in het donker varen en de stad tegen een berg ligt, zien we het al van 35 mijl afstand liggen. Overal lichtjes. Quirijn vindt het prachtig. Tegen de verlichte achtergrond van de stad moeten wij de lichten van de haveningang zoeken en een aantal in- en uitvarende zeeschepen ontwijken. Door de moderne navigatiemiddelen zoals AIS en een kaartplotter is dat tegenwoordig gelukkig eenvoudig.

WalhalLas Palmas
De haven is een bijzonder prettige. Wat zeg ik, een walhalla! Dat is het! Met 1250 ligplaatsen de
grootste jachthaven van de Canaries. Overal zeilers die net aankomen vanuit Madeira, de Middellandse Zee of Lanzarote. Overal zeilers die binnenkort vertrekken naar Kaap Verden of Carieb. Overal jongeren die een plaatsje proberen te bemachtigen op een van de vertrekkende schepen, om liftend naar de overkant te komen. Overal zeilers die lekker (nog) een (paar) jaar op de Canarische Eilanden blijven en hun boot als drijvende caravan gebruiken…

… en geef hen eens ongelijk? De jachthaven is omringd door watersportwinkels in alle soorten en specialismen, restaurants en cafés. Direct daar achter ligt een stad met 400.000 inwoners, voorzien van alle faciliteiten als shoppingcentra, markten, cultuur, stranden, een oude binnenstad. Wat wil je nog meer? Vooruit dan, wij betalen voor onze boot van 11,50 meter minder dan elf euro per nacht. Zo goedkoop hebben we nog nooit ergens gelegen. Ter vergelijking, in Rubicon Marina betaalden we 34 euro per nacht. Dan nog iets. Direct aan het einde van onze steiger ligt café Sailors Bay. Die zit iedere dag vol met medezeilers. Op vrijdagavond is het café vaste prik voor Nederlandse en Vlaamse zeilers. We ontmoeten er oude bekenden, ontmoeten nieuwe medevertrekkers en maken kennis met langblijvers.


Wij hebben het hier dan ook reuze druk met sociale activiteiten. Koffie drinken bij de een, borrelen met de ander, weer een derde uitnodigen om bij ons te eten. We vliegen van hot naar her. Schrappen zelfs een aantal beoogde uitnodigingen (sorry Gertje en sorry Orion!), we komen er gewoon niet aan toe met iedereen te socialisen. Maar wat een heerlijk gezellig gebeuren.

Bijgerust
Zo dus ook die bewuste 28 november met de bemanning van de Verleiding bij ons aan boord. De bemanning van de Batjar bedankt voor de koffie; zij willen een avond vroeg slapen, de tocht naar hier was er een met weinig slaap en door de borrels van eerdere avonden zijn ze nog niet bijgerust.  Ze hebben groot gelijk. ‘Bijgerust’ ja, denk ik als ik door het Ting, ting, ting, Woehoesh terug loop naar onze boot. Bijgerust … zou een goed Nederlands woord kunnen zijn toch? Waarom bestaat dat woord eigenlijk niet? Bijgeslapen. Bestaat wel. Uitgerust ook natuurlijk. Maar Bijgerust? Dat is net even wat anders. Zou er ook een woord moeten zijn. Bij deze! Ik moet mij vasthouden aan een paal om niet van de kade te waaien. De boten aan de moorings liggen in een kleine havenkom, maar de golven bouwen door de harde wind zo op, dat de boten stuiteren aan hun lijnen. Voorzichtig loop ik verder, plan in gedachten alvast de route die we de volgende dagen met een huurauto willen maken.

Sightseeing Gran Canaria
De eerste dag van onze autohuur rijden we de bergen in aan de noordzijde van het eiland. Voor wie het eiland nooit bezocht een korte beschrijving. De noordzijde van Gran Canaria is bijzonder groen. Door de heersende noordelijke winden ontstaat er aan de noordzijde vaak bewolking die in regen neerslaat op de steile bergwanden. In combinatie met de hoogteverschillen (zeeniveau tot 1700 meter) geeft dat een wisselend landschap en zo rijden wij in een uurtje van een landschap vol palmbomen via een bos met loofbomen in herfstkleuren door een naaldbomenbos en even hoger op de berg over een kale vlakte. Het is bijzonder om zo veel afwisseling te zien.

De tweede autodag rijden we naar de zuidkant van het eiland, waar het nauwelijks regent en het landschap dus kaal en ruig overkomt. In Las Palmas regent het al een week en met 20 graden vinden wij het ronduit koud. In zuid Gran Canaria heerst een heel ander klimaat. De zon schijnt er, de mensen liggen op het strand en lopen in korte broek. Het is 25 graden. Wij, noordelingen, stappen uit de auto in lange broek en met dikke trui en slaan een vreemd figuur tussen de badgasten. We hadden er even niet op gerekend dat het hier wel mooi weer zou zijn… Dag drie gaan we weer naar het zuiden voor een stranddag, zodat Quirijn zich even lekker kan uitleven op het strand en in de duinen.

Wat is dat?
Terug naar 28 november. Terwijl ik bijna het einde van de kade bereik, zie ik in mijn ooghoek iets vreemds. Het lijkt wel of een van de gemoorde boten die…. Nee toch dat zie ik niet goed of toch… ja wel, mijn hemel. Wat gebeurt daar? Ik zie hoe een van de boten losraakt van een mooring, dwars op de wind komt te liggen, haar anker diepe krassen maakt in een naastgelegen boot, haar roer vastloopt op de keien van de kademuur en vervolgens de hele boot tot stilstand komt op de keien. Nou ja, tot stilstand? De wind en de golven doen hun werk. De boot stuitert en bonkt tegen de keien. Er is niemand aan boord. Wat een akelig gezicht.

Ik ren naar de andere kant van de kade om alarm te slaan bij de boten die daar aan de steiger liggen. Helaas heb ik met mijn pasje geen toegang tot die steigers. Ik fluit op mijn vingers om aandacht te krijgen, wat met het kabaal van de wind in de haven natuurlijk een volstrekt nutteloze en onnozele actie is. Wie hoort mij nou? Ik zie iemand zijn hoofd uit het luik steken en roep hem toe dat hij alarm moet slaan via de marifoon omdat er een boot op drift is. Hij schut zijn hoofd en verdwijnt weer in de kajuit. Dan zie ik verderop mensen aan komen lopen en ren naar hen toe. Liggen jullie aan deze steiger? Ja? Sla alarm via de marifoon. Ik heb via hen inmiddels ook toegang tot de steiger en bonk op alle boten die er liggen. Binnen vijf minuten staan er negen mannen op de kade. Twee Echte Mannen klimmen met gevaar voor eigen leven aan boord van de stuiterende boot in nood en kunnen vervolgens ook niet veel doen.  Wel hebben ze een dikke lange lijn nodig en ik haal op verzoek van een van deze helden zo’n lijn van zijn boot. Daarna klauteren er nog drie helden aan boord. Eentje verschaft zich toegang tot de kajuit via een dekluik en constateert dat het binnen ten minste nog droog is. Ik vind het maar eng allemaal, want de strandende boot hangt in een lijn van een naastgelegen schip. Als die lijn knapt, dan schiet deze met groot geweld richting de kade, waar wij staan. Ik durf dus niet te dichtbij te staan, maar ja, ik ben dan ook geen held.

Johny Speedboat
Dan meldt zich in het theater een Engelsman die hier al jaren ligt. Dat laatste feit zou er niet toe doen in dit verhaal, ware het niet dat, als je hier zo lang ligt, je toch nog wel eens zin hebt om een stukje te varen. Je zeilboot is inmiddels caravan geworden en het is natuurlijk een heel gedoe om dat alles weer om te bouwen voor een dagje op zee. En dus, zo moet onze Engelsman ongetwijfeld hebben geredeneerd, is het wel aardig om een klein speedbootje aan te schaffen. Scheelt ook veel gedoe met zeilen hijsen en strijken en zo, dus ja, een speedboot, dat moest het worden. En nu juist dat komt natuurlijk goed van pas op dit moment. Engelsman heeft een flinke motor achter zijn speedboot, daarmee gaat getrokken worden.

Even later verschijnt er een auto met sirene en zwaailicht op het toneel. Drie man havenautoriteit. Ze stappen uit, kijken naar de boot op de keien en halen hun schouders op. Tja, hier kunnen zij ook niets aan doen. Het effect van de sirene en zwaailichten is echter fenomenaal. Binnen no time staat de kade vol met nieuwsgierige toeschouwers. Zij zien hoe onze Engelsman verschijnt in zijn speedboot, waarna vanaf de geplaagde boot lijnen worden overgebracht. Helaas is de 50 pk van de speedboot onvoldoende om de gestrande boot uit haar benaderde positie te bevrijden.

Terug naar de koffie
Ik constateer dat ik in de ontstane situatie geen bijdrage meer kan leveren aan de redding van de zeilboot en bedenk dat wij ook nog koffiedrinkers aan boord hebben. Dus wat zou ik hier nog blijven? Op de terugweg naar onze boot informeer ik nog even in het Sailors Bay café of daar nog een speedbooteigenaar aanwezig is die assistentie zou kunnen verlenen, maar helaas, hier zitten alleen zeilers.

Tja, het is natuurlijk jammer voor jullie lezers dat ik vroegtijdig het strijdtoneel heb verlaten. Zo kan ik geen verslag doen van de uiteindelijke afloop van deze ellende. De volgende dag was de boot verdwenen en er stak geen mast boven water uit, dus zou je kunnen concluderen dat het gelukt is om de boot weg te krijgen en naar een betere plek te brengen. Dat is ook wat ik van-horen-zeggen heb. Dus daar houden we het op.  Naar was het wel.

Sinterklaas
Zo vliegen de dagen op Las Palmas aan ons voorbij en is het al snel 4 december. De bemanning van de Batjar heeft ons die avond aan boord uitgenodigd, samen met de bemanning van een andere Nederlandse boot met kinderen.  Als we goed en wel zitten wordt er op de boot geklopt en staat er een zak met prachtige kadootjes en gedichten op dek. De Batjar bemanning heeft (verder…) gezorgd voor pepernoten, mandarijnen en zelfs marsepein. Geweldig.

Verder worden we ook niet vergeten, van Lia (trouwe bloglezers weten nog, ja die van de VVV in Aalten) kregen we namens Sinterklaas prachtige, speciaal op ons aangepaste, uitvoeringen van Sinterklaasliedjes toegestuurd en vanavond verwachten we ook nog een klein zakje met kadootjes aan boord van de Antares.

Gran Canaria - Tenerife
Gisteren (6 december) zijn we een kleine zestig mijl verder westelijk gevaren naar Santa Cruz op Tenerife. Het wordt een mooie zeildag waarin we aan de wind, windkracht vier tot vijf, alweer mooie snelheden boeken. De swell is gelukkig minder dan tijdens onze tocht van Lanzarote naar Gran Canaria, maar helaas moet Quirijn weer drie keer spugen. Arme kind. Hedda voelt zich ook niet helemaal lekker omdat zij binnen wat dingen moet doen. Ik sta de hele dag achter het stuur en heb het daarom een stuk makkelijker. Sturen is de beste remedie tegen zeeziekte. Hedda ligt ’s middags een paar uurtjes binnen op de bank en Quirijn ligt onder een dekentje gezellig bij mij in de kuip. We zingen liedjes waarbij ‘Voor de groentewinkel stond, Keesje de Jordaan’ zijn absolute voorkeur heeft. Ik zit alleen met het begin van het tweede couplet… hoe ging dat ook alweer? Ik zing dan ‘plotseling vloog er een meloen, door de winkelruit. Daarna volgde een meloen, in de baas z’n snuit…’.  Maar, klopt dat wel? Twee keer een meloen? Of was het de eerste keer een andere vrucht? Een tomaat misschien? Of een bloemkool? Daarmee kun je nog eens een ruitje ingooien! Maar werd er eigenlijk wel een ruit ingegooid? Zo veel geweld in een kinderliedje? Dat zal toch niet? Nu ja, wie het weet mag het mailen. Anders houd ik het wel bij mijn versie, alhoewel zo veel geweld toch niet goed kan zijn voor zo'n ukkie?

Santa Cruz de Tenerife
Santa Cruz de Tenerife. Dat klinkt net zo mooi als Las Palmas de Gran Canaria. Helaas is de werkelijkheid anders. We liggen hier, met in het achterhoofd de herinnering aan Las Pamas, in een wat desolate haven! Omringd door betonnen kademuren die hoog boven ons oprijzen. Een havenkom waar zo nog tien steigers bijgelegd zouden kunnen worden, maar daar is duidelijk geen vraag naar. Een havenkantoor dat al wel gebouwd is op een volledig gevulde havenkom, maar duidelijk laat zien dat het oorspronkelijk beoogde gebruik van deze haven nooit gehaald is; het grootste deel van het havengebouw, waar ooit wellicht een restaurant en/of winkel was voorzien, staat leeg. De marina wordt omgeven door parkeerterreinen die in gebruik zijn door autoverhuurbedrijven maar voor het grootste gedeelte leeg staan. Over deze desolate, betonnen, vlakte loop je tien minuten naar het centrum. Om echt in het centrum te komen moet je echter nog eerst over een bouwput heen. Hier wordt een nieuwe, verdiepte weg aangelegd maar dat werk ligt al jaren stil vanwege een conflict tussen opdrachtgever en aannemer. Tja.

De stad zelfs is aardig maar voelt voor ons, stadsmensen, wat dorps en ingeslapen aan. Hoewel er vandaag een leuke vrijmarkt was, waar we lekker hebben rondgestruind. We hopen over een aantal dagen verder te varen naar een haven zuidelijker op Tenerife en daar een Nederlandse boot met twee kinderen te treffen. Vervolgens willen we nog graag naar La Gomera en daar gaan we ons voorbereiden op de oversteek naar de Kaap Verden. Maar tegen die tijd zit 2014 er al weer bijna op...

Slotwoord
Beste lezers, althans, wie van jullie nog niet afgehaakt is in dit vreselijk lang(dradig)e bericht…  nu ik dit zo allemaal schrijf, is het me duidelijk dat ik te lang heb gewacht met weer een blogbericht te plaatsen. Daardoor moeten jullie je door zo’n lang verhaal worstelen. Mijn excuses daarvoor, ik zal proberen mijn leven te beteren. Maar ik verschuil me ook graag lekker makkelijk achter dat het internet op de Canarisch niet overhoudt. Op Las Palmas was het ronduit traag, hier in Santa Cruz is het wat beter. Kijk, toch nog een pluspuntje voor Santa Cruz!


1 opmerking:

  1. Leuke avonturen weer!
    Het is misschien heel ver gezocht hoor ;-) maar als je telkens zo bang bent dat we als lezers afhaken vanwege je lange verhalen, moet je misschien gewoon wat kortere stukken schrijven?

    BeantwoordenVerwijderen