maandag 23 maart 2015

Twee? weken Suriname

De tijd vliegt. Vanmiddag reden we voor de tiende keer de Highway; de zogenoemde kuilvolle asfaltstrook die zonder wegmarkering of wat dan ook van Paramaribo zuidwaarts naar Paranam en langs Domburg -waar onze boot ligt- loopt. We moesten echt hard nadenken hoe lang we nu al in Suriname zijn. Maar, we kwamen er uit; al anderhalve week! Toen ik vanavond ging betalen voor de Mooring waaraan we liggen, bleek dat we hier al drie weken liggen...

SURINAMER
Ohwwwww wat vermaken wij ons hier goed! Vanaf dag 1 voelen we ons ontzettend thuis in Switti  Sranan. Dat is best gevaarlijk. Er ligt naast ons in de rivier een boot waarvan de bemanning bij aankomst besloot een half jaar in Suriname te blijven... dat is inmiddels zeven jaar geleden. Ondertussen hebben ze een huis gekocht en ligt de boot te koop. Ik heb ook al een leuk huis gezien hier in Domburg, zit wat werk aan... laten we zeggen... een opknappertje.

Oppassen dus, voor we het weten zijn we Surinamers. Bij Hedda gaat dat overigens vrij gemakkelijk. Dat zit zo. De bevolking van Suriname bestaat uit verschillende bevolkingsgroepen, waarvan de Creolen, Hindoestanen en Javanen de grootste groepen vormen. Hedda kan vrij soepel opgaan in de laatste groep. Voor mij geldt dat niet, hoezeer ik ook oefen op mijn Surinaams accent, wat ik vaak doe als we wandelen met de auto. Wandelen ja, zo heet dat hier als je aan het toeren bent in je auto. Er zijn meer leuke woorden. Een boomkip is een leguaan, zinnen worden steevast afgerond met 'dus dat', een boembus is een personenbusje met harde muziek; Quirijn begroet iedere boembus die we zien dus met een luid 'hee kijk, weeeeeeeer een boemboembus!' 

Nederlands is de officiële taal, maar veel mensen spreken Sranan, voortgekomen uit de slaventaal en vermengd met Engels en Portugese invloeden. Een stamhoofd heet dan granman, een dorpshoofd kapitein. Een blanke Nederlander heet in Sranan bakra... en dat ben ik natuurlijk, maar bij Hedda is dat nog niet zo vanzelfsprekend. 'Hee jij bent een echte bakra maar jij niet', verklapte een winkelmedewerkers ons laatst, waarbij hij bij 'bakra' uiteraard naar mij knikte. Hedda zou ook prima een blakabakra kunnen zijn, een Surinaamse Nederlander. Is het nog te volgen, beste lezer? En binnenkort moeten we onze 'gasbom' gaan vullen, zodat we weer kunnen koken aan boord. Dus dat.

UITSTAPJES
We crossen wat af door dit land. Ik ken inmiddels de weg in Paramaribo even goed als in Amsterdam -veel straatnamen zijn overigens hetzelfde, zo hebben 'we' hier ook een Heiligenweg, Keizerstraat, Jan Steenstraat en Jodenbreestraat. We weten de handige parkeerplaatsen, halen brood bij de juiste bakker en bami-kip bij de beste Warung (eethuisje) - waar uiteraard alleen de locals komen.













Dat alles doen we in een auto van Richi, hij woont hier in Domburg in de 4e Straat. Zo heet die straat en da's makkelijk zoeken. Het is de eerste straat aan je linkerhand als je de 3e Straat  bent gepasseerd en als je 5e Straat op het naambordje ziet staan, dan moet je terug. Dus dat. Richie begon met twee oude huurauto's, maar door al die zeilers en blakabakra's die hier vakantie komen vieren, heeft hij inmiddels een wagenpark van -naar eigen zeggen- dertien wagens. Alles met stuur rechts want we rijden hier links. Alles met automaat, want wij Surinamers schakelen niet... zo veel toestand. 

Zeventig procent van de auto's hier is een Toyota, met modellen die we in Europa niet kennen. 
Zo reden wij al Toyota Sprinter en nu, we hebben familie uit NL op bezoek, rijden we een Noah. Van die laatste zijn we fan. Het is een kruising tussen een luxe auto en een busje, met twee elektrische schuifdaken, twee rijen banken achterin waarvan de voorste tot plezier van de drie kids die hier (incl familie op bezoek) nu rondlopen 180 graden gedraaid kunnen worden, acht zitplaatsen, airco die achterin volledig onafhankelijk van voor geregeld kan worden en een prachtig plasticnotenhouten
dashboard en dito stuurwiel met verdroomd binnenwerk. Verder een schakelpook aan het stuurwiel. En dat alles uit 1998. Als we terug zijn in Nederland, willen we er ook een. Inclusief alle deuken en andere beschadigingen. Het mooiste van deze wagen is dat we volledig incognito door het land zoeven. Desi-en-alleman rijdt hier in een ouwe Toyota, dus wij lijken locals in het verkeer... Alleen met die verdomde rot kaaskop van mij val ik natuurlijk door de mand als bakra. Gelukkig heeft de Noah getinte ruiten, ik zoek nog naar een rastapruik.  

Maar, wat kan u onze auto nou schelen?? De kop van dit stukje heet uitstapjes en ik bazel over onze huurauto. Had ik al verteld dat de Sprinter erg in trek is onder de Surinaamse jeugd? Volgens Hedda omdat dat ding voor bijna nop te koop is. Volgens mij vanwege de standaard doorgezakte achtervering waardoor ie lekker cruisie looks heeft en ons exemplaar natuurlijk vanwege de lichtmetalenvelgen-look-a-like plastic wieldoppen inclusief gouden nepmoeren... Begin ik nu weer over die auto's? Onze uitstapjes, die had ik u beloofd. Gaan we dan. (weergegeven met streepjes, dus makkelijk over te slaan als je geen zin hebt om dit allemaal te lezen)...

Tot nu toe gedaan:

>> Tienduizend keer Paramaribo bezocht, waaronder: 
winkelstraten in de binnenstad, wandelen (u weet inmiddels wat dat betekent...) door vrijwel alle wijken van de stad, bezoek aan diverse (javaanse) markten, Palmentuin, Fort Zeelandia, boemboemwinkels, cultuurpark met plantenmarkt, Hotel Krasnapolsky, supermarkten Choice en Tulip met Nederlandse producten voor helaas astronomische bedragen, drie keer bezoek aan MAS (Maritieme Autoriteit Suriname), bezoek Ministerie van Buitenlandse Zaken en Militaire Politie ivm inklaren, Chinese winkels (heb je hier veel), pannenkoekenrestaurant, diverse standbeelden in de stad, onafhankelijkheidsplein op zondagochtend vroeg (als de stoere Surinamer zijn kooitje met troetelvogeltje in de strijd gooit om fluitkampioen te worden), slipperwinkels, boekhandel, Blauwgrond (een straat met allemaal javaanse eettentjes), de Waterkant, etcetera. Dus dat.

>> Vijf (!) keer op en neer naar Zanderij, de internationale luchthaven van Suriname om diverse mensen te brengen/halen. Ik voel mij al een echte local, heb de laatste keer aan een Surinamer uitgelegd waar hij een kaartje kan kopen voor het parkeerterrein. Prompt vroeg een andere Surinamer waar hij kon pinnen en ook deze vriend kon ik helpen.


>> Bezoek aan het district Commewijne, met (2x, waarvan 1x met familie) een boottocht in een korjaal naar de voormalige plantage Frederiksdorp (sinds 1975 weer terug in oude staat gebracht) en een naastgelegen voormalige plantage Johan en Margaretha (vernoemd naar de kinderen die de stichter verwekte bij zijn slavin).





>> We bezoeken een lagere school in Commewijne. Alle scholen zijn op eenzelfde manier gebouwd. De lokalen zijn open zodat de wind er lekker doorheen kan waaien en het niet te warm wordt binnen. 


>> Wandelen (ja, die wandelen) langs een voormalige fabriek Marienburg, Fort Nieuw Amsterdam en plaatsen als Alkmaar.

>> Hindoestaans nieuwjaarsfeest Holi Phagwa in de Palmentuin in Paramaribo. En een aantal avonden ervoor bezochten we een buurtbijeenkomst aan de Manjadam in Domburg; de verbranding van de Holika, als onderdeel van de nieuwjaarsviering. Zie verderop in dit bericht. 

>> Op bezoek bij oud collega Walewijn, die op bezoek was bij diens moeder in Suriname. Op bezoek bij familie van Hedda in Paramaribo Noord. En als verrassing nog bezoek van een oud collega van Walewijn op onze haven. George, leuk dat je er was en Marjan, leuk dat je George even getipt hebt!

>> Bezoek aan Lelydorp en aan Onverwacht (dat is een dorp), waar nog overblijfselen zijn van een op initiatief van Cornelis Lely aangelegde spoorlijn... Redelijk mislukt project, gelukkig voor hem had hij later met de Afsluitdijk meer succes.

>> Zwemmen in de Colakreek, met de familie uit NL. Deze kreek is zo genoemd omdat het water de kleur van cola heeft, wat veroorzaakt wordt door boombladeren.
In het weekend is het er altijd erg druk, maar op een doordeweekse dinsdag zijn wij samen met een andere familie de enige bezoekers.





>> Zwemmen in het zwembad op het haventerrein in Domburg. We hebben geluk, het zwembad is twee weken voor onze aankomst gebouwd en dus vallen we met de neus in de boter.
zwemmen op de Marina Domburg, Antares ligt op de achtergrond op de Surinamerivier
>> Uiteraard de gangbare dingen, zoals bijpraten met andere zeilers, administratie bijwerken en wassen... wat nog niet zo moeilijk is... Maar drogen van de was was hier een kunst, we hadden een volle week met stortbuien waardoor de was sneller droogde als je het in de wasmachine liet zitten, dan als we het op een waslijntje aan dek hingen. Geen succes.

>> De Times of Suriname lezen, een krant hier. Loopt aan het lijntje van Bouterse. De enige redelijk onafhankelijke krant van Suriname is 'De West' en ja... Die is dus haast nergens te krijgen... Veel babbelen met Surinamers over de ontwikkelingen in het land - in mei zijn er verkiezingen; volgens sommigen doet de uitslag er niet toe; 'als Bouterse niet wint grijpt hij nadien de macht toch wel weer'.


>> Suriname staat vol met winkels die gefinancierd, gebouwd en gerund worden door Chinezen. Allemaal Chinese maffia, zo wordt er gefluisterd. Van supermarkten tot kledingzaken vol met nep-merken kleding. We hebben er, gewoon voor de sfeer, al diverse bezocht.

>> Eten bij diverse warungs in het binnenland, vaak een klein oud huisje langs een weg waar een paar vrouwen in grote pannen de heerlijkste bami en nasi kip maken. Schaafijs eten, bara eten, roti eten (al dan niet bij de lokale drive thru).

>> Twee keer lekke autoband laten repareren voor 3 euro per stuk.



>> Dag meevaren op de Postboot (zonder post?!) van Paramaribo over de Commewijne rivier naar twee voormalige plantages; Alliance en Bakkie.




















>> We hadden onszelf tijdens een rondje 'wandelen' in Paramaribo noord de opdracht gegeven om het huis (of beter, een van de) huis(en) van Bouterse te zoeken. Is gelukt. Iets met Patrijsstraat. En ondertussen ook de residentie van onze ambassadeur en van zijn/haar Amerikaanse collega gespot en de nieuwe ambassade van USA, in aanbouw. Hoge gesloten bouwhekken er omheen en om de paar meter een bord met 'verboden foto's te maken'.

Kortweg is Suriname vooral 'wandelen' en eten, eten en nog eens eten. Bevalt ons uitstekend!
We hebben nog heel wat op het programma staan de komende weken, maar daarover in een later bericht meer.

BEZOEK!
We keken er al maanden naar uit... In Suriname zou mijn moeder ons weer bezoeken. 

Tot onze verrassing kwam zij niet alleen, maar bracht ook mijn zus en haar twee kinderen mee. Niet alleen voor ons geweldig, maar ook voor Quirijn fantastisch. Hij heeft zich anderhalve week geweldig vermaakt met zijn grote neef en nicht. Wat een feest! 

Met hen bezochten we een flink aantal culturele en historische plekken zoals Fort Zeelandia en we gingen een dag lekker zwemmen in de Colakreek. Een heerlijk relaxte dag, niet in de laatste plaats door de twee hangmatten die we mee hadden genomen en in onze Pinahut hadden opgehangen. Jawel, we worden al echte Surinamers, zonder hangmat gaan wij de deur niet meer uit.

Verder hadden we een logeerpartij aan boord van de Antares met 's ochtends ontbijt op het voordek.



LAPJE TEKST
Tja, we zijn dus al drie weken in Suriname en beleven te veel om allemaal op te schrijven. Dit is al een hele lap tekst en hieronder nog wat meer over Holo Phagwa.
Dus, laat ik het hier maar even bij. De komende dagen gaan we het binnenland in en dat zal ook wel weer wat schrijfvoer opleveren.

HOLI PHAGWA
Oftewel Hindoestaanse nieuwjaarsviering. Het is een heel ritueel, waaronder de dag voor nieuwjaar de verbranding van de Holika. Dat wilden wij graag eens bijwonen en samen met de bemanning van De Verleiding wandelden (deze keer met onze voeten en zonder auto) we naar de Manjadam in Domburg waar wij, volledige buitenstaanders, zeer gastvrij werden ontvangen. De bijeenkomst begon om 20 uur en wij schoven keurig om 19.50 aan op de plastic stoeltjes die voor de heilige bijeenkomst on het zand waren geplaatst. Een Surinaams echtpaar dat zelf 26 jaar in Breda woonde legde ons de traditie uit.

Zo is het gebruik dat de priester de Holika aansteekt op exact een vooraf bepaald moment en dit jaar moest dat gebeuren tussen 20.00 en 21:00 uur. Aangezien wij al een tijdje zaten keken wij als echte Hollanders direct op ons horloge: 21:30 uur! En nu dan.....?? No spang, Priester komt zo....en ja hoor na een half uurtje kwam hij inderdaad. Maar helemaal niet erg, in de tussentijd werden wij en alle aanwezigen getrakteerd op zelfgemaakte bara's, een cup soft (een beker priklimonade) en een klein kadootje.

Na aankomst van de hippe jonge priester ging de plechtigheid van start op een veldje achter de feesttent. Daar stond een grote toren van palmbladeren met daarvoor een laag tafeltje met allerlei kaarsjes en een schaal waarin -door mij als leek oneerbiedig gezegd- een vuurtje werd gestookt... De priester prevelde zittend aan het lage tafeltje wat gebeden en voerde wat handelingen uit met de kaarsjes en andere attributen. Een en ander keurig bijgelicht door het lampje van zijn IPhone. Sorry voor deze knullige uitleg, het Hindoestaanse echtpaar uit Breda was inmiddels verdwenen dus moesten we het met onze eigen interpretatie doen. Na nog wat rondjes om de Holika werd deze aangestoken, het was inmiddels 22:30 uur....maar no spang, hij brandt toch!!


Na deze plechtigheid was het feest in de feesttent. In een hoek stond, verscholen achter zes enorme boemboxen, de band klaar. Maar je hoorde ze niet....je voelde ze, de Surinamer houdt namelijk van bas, heel veel bas. Vandaar die zes boemboxen in die ene hoek en ook nog eens zes in de andere. We begrepen opeens waarom de meeste bezoekers op een klapstoel buiten de feesttent zaten. Een stuk betere plek voor je oren.

Een aantal dagen later bezochten we het wekelijke nieuwjaarsfeest, de Holi Phagwa, waar volgens traditie iedereen elkaar begooid met gekleurd poeder.

Hieronder voor de liefhebber nog wat achtergrond info over de plechtigheid. Geheel in traditie met de Surinaamse kranten, zonder enige bronvermelding... (Zijstapje, ik kwam in de gedrukte krant Suriname Times een artikel tegen dat exact hetzelfde was als ik eerder op AT5.nl had gelezen. Uiteraard zonder enige bronvermelding. Kijk, zo maak je goedkoop een krant).





-------------
Het verhaal achter Holi Phagwa: het Hindoestaanse lentefeest
Beschrijving: Holi Phagwa is een feestdag, waarop Hindoes het nieuwe jaar inluiden. / Holi Phagwa is een feestdag waarop Hindoes het nieuwe jaar inluiden, omdat het de eerste dag is na de volle maan van de Hindumaand Chaitre. Het valt samen met het begin van de lente op het noordelijk halfrond. Tijdens het feest wenst men elkaar Subh Holi: gelukkig nieuwjaar en wordt er veel gelachen, gezongen en gedanst. Vijf dagen voor de viering van Holi wordt een brandstapel gereed gemaakt en de pandit bepaalt op de volle maandag van Phagun op welk uur precies de holika in brand gestoken wordt. Deelnemers aan het feest zingen chautaals en in de middag of avond bestrooit men elkaar met kleurpoeder, amber en kleurwater. Hiermee wordt symbolisch uitgedrukt dat iedereen gelijk is; er wordt geen onderscheid gemaakt tussen rangen en standen, armoede en rijkdom. De rode kleurstof symboliseert de overwinning en het groene kleursel staat voor hoop en vetrouwen in de toekomst. Het motto van het Holifeest is: 'wordt steeds een nieuwe mens!' Het Holifeest is ook een overwinningsfeest van het goede op het kwade. Het verhaal achter Holi Phagwa gaat als volgt. Lang geleden regeerde in India de machtige demonenkoning Hirayakashap die heel erg slecht was voor zijn volk. De mensen waren bang voor hem en aanbaden hem als een god. Zijn zoon Prahalad weigerde zijn vader te aanbidden, omdat hij van mening was dat niet zijn vader, maar Vishnu - de beschermgod van het heelal, die waakt over het welzijn van de mensen - zijn god was. De koning probeerde vanaf dat moment zijn zoon te doden. In het paleis woonde ook een zus van de koning: Holika. Van haar werd verteld dat ze een heks was en veel toverkunsten kende. Holika had gehoord van de ongehoorzaamheid van Prahalad en ze bedacht een boos plan. Hiermee ging ze naar de koning: “Ik zal naar uw zoon gaan en hem vertellen dat ik ook stiekem Vishnu vereer. En ik zal hem voorstellen om samen een offer aan Vishnu te brengen door met z’n tweeën op een brandstapel te klimmen, maar zelf trek ik een onbrandbaar kleed aan, zodat alleen Prahalad zal verbranden”. Op de avond van de verbranding waren veel mensen naar het plein voor het paleis gekomen. Maar toen Holika en Prahalad op de brandstapel stonden en de brandstapel aangestoken werd, bleek dat de heks Holika in de vlammen omkwam en Prahalad stralend om zich heen keek. Vishnu verscheen in de gedaante van een half leeuw/half mens en verscheurde de koning. De mensen op het plein waren blij, dansten en zongen omdat Holika verbrand was en Prahalad nog leefde.

3 opmerkingen:

  1. Wat een verhaal. Leuk om te lezen, Suriname begint me nu opeens wel aan te spreken. Veel plezier nog met de reis.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een heerlijk verhaal weer! Het maakt deze herfstachtige Nederlandse zondag helemaal goed. Wat super dat het jullie daar zo goed bevalt. Binnenkort Skypen?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Bij mijn Google zoektocht over de Holika verbranding in Domburg van komend weekend stuit ik op jullie bericht. Leuk om te lezen, het zwembad ligt er nog steeds, Richie heeft net zijn huurauto weer terug, Netty en haar man runnen hier de boel een beetje en ook onze was droogt niet. Dank weer voor de info (ook jullie artikel over de Commewijnerivier wordt hier veel gebruikt) en wellicht ooit tot ziens ��

    BeantwoordenVerwijderen