zaterdag 4 april 2015

Boven-Surinamerivier. Het land van de Saramaccaners


Whooooom. Bumbumbumbum whoooooommmmmm. Bumbumbum... We zitten in een theatervoorstelling. Die duurt drie uur en we vervelen ons geen minuut. Nog geen seconde. We zitten er dan ook midden in. Whoooommmmm. Bumbumbum. Mijn moeder Aly, Hedda, Quirijn en ik zijn onderweg naar Botopasi. Een dorpje in het binnenland van Suriname, zo'n tweehonderd kilometer van de oceaan en midden in het oerwoud.

Quirijn krijgt een opleiding Bootsman


EINDE WEG
Vanochtend vertrokken we met een huurauto van Richi, deze keer een Toyota Camry uit 1994 - maar voor u afhaakt vanwege weer een autoverhaal; tot zo ver de huurauto's van Richi- uit Domburg en reden honderdvijftig kilometer over een nieuw aangelegde weg door het oerwoud naar Atjoni. Vroeger hobbelde je in vijf uur over een onverharde weg en in het regenseizoen zelfs uren langer omdat de 4x4 dan regelmatig vastzat, sinds een jaar of vijf zoef je in tweeënhalf uur over spiegelglad asfalt landinwaarts.

Op de kaart is Atjoni een flinke jongen, voor zover dorpen jongens kunnen zijn, maar in de
Vrieskist (in doos)  op Korjaal. post, voedsel, bouwmaterialen,
zelfs tractoren en auto's worden met Korjalen vervoerd. in het
laatste geval spijkert met twee korjalen naast elkaar en dan
gaat de auto / tractor er op.
werkelijke wereld is het gewoon de plek waar de asfaltweg de Boven-Surinamerivier induikt. Einde weg. Plons. Dat gebeurt via een hellingbaan en die vormt het schanierpunt tussen alles wat zich beweegt van Paramaribo naar de dorpen langs de Boven-Suriname rivier
 Boven op de hellingbaan staan busjes, auto's en vrachtwagens. Onderaan liggen Korjalen klaar (daarover straks meer) voor vervolgtransport over water. Verder is er een tankstation, drie eethuisjes en vier Chinese winkels. That's it. Vanaf hier gaan geen wegen verder het oerwoud in, alle verdere transport gaat per korjaal. Een bijzonder belangrijk vervoermiddel dus, tijd daarom om hem eens aan jullie voor te stellen.

DE KORJAAL
Dat zijn houten boten, gemaakt van een uitgeholde en daarna uitgebrande boomstam, vervolgens voorzien van spanten, waaraan houten planken vastgemaakt die het vrijboord vormen en afgezet met een potdeksel rondom die de constructie extra stijfheid en botsweerstand meegeeft. Extreme lengte-breedte verhouding. Ik schat ca 10 meter bij ca 0.75 meter. ... Ja, je leest een blog van zeilers, dus dan krijg je dit soort uiteenzettingen en termen...



Achterop de korjaal monteert men een buitenboordmotor die, zo durf ik op basis van mijn beperkte veldonderzoek te stellen, voor 90% uit 2 takt Yamaha's bestaat. Als ik mijn veldonderzoek wat verder uitvent dan durf ik mij ook nog te wagen aan de uitspraak dat je tot een jaar of vijf geleden helemaal het bootsmannetje was met een 40pk achter je korjaal, maar dat je tegenwoordig 60pk achter je boomstam moet hangen om nog tot de coolen gerekend te worden. En dat doet onze bootsman! Whoooommmmmm. Bumbumbumbumbumbumbumbum.... Whooooom..

ONTSPANNEN
Tijd om de blits te maken heeft onze 60pk bootsman nu echter niet, hij concentreert zich vol op een heikel deel van de route. Die route begon ontspannen in Atjoni. Over een bochtige maar brede rivier trok onze bootsman de gashandel open en binnen no-time voeren wij met mega snelheid over het
water. Hadden wij bij onze eerste aanschouwing van de veertien Korjalen in Atjoni nog onze mond vol van 'innovatie', 'modernisering' en dat het, kortom, zo langzamerhand wel tijd zou worden om die boomstammen te vervangen door speedboten, eenmaal onderweg met opengetrokken gashandel begrijpen we al snel dat de korjaal voor het aspect snelheid niet vervangen zou hoeven worden. Maar voor comfort en ruimte misschien wel, want 0,75 meter, dat is natuurlijk belachelijk smal voor een boot. Lekker inefficiënt ruimtegebruik. Pak dan een bredere boomstam... Ja, wij kunnen die bovensurinameriviersurinamers nog wel het een en ander leren...

STROOMVERSNELLING
Anyway. Tijdens een aantal snelle bochten en lange rechte stukken door het oerwoud zien wij tot onze verontrusting hier en daar wat rotsblokken in de rivier liggen. Het heeft geregend de afgelopen weken, maar niet zo veel. Het is tenslotte de kleine droge tijd; het zal toch niet zo zijn dat we straks niet verder de rivier op kunnen, omdat het waterpijl te laag staat en er te veel rotsblokken droog liggen? En ja hoor... Waar wij al bang voor waren gebeurt. Zie je wel. In de verte liggen grote brokken steen die elke passage onmogelijk maken. Tussen de stenen spuit met groot geweld het water naar beneden vanaf tien centimeter hogere gedeelten. 'Daar gaan we al', spookt het door mijn hoofd, 'vanaf hier moeten we verder lopen. Uren (of dagen?) achtereen door een ondoordringbaar oerwoud'. ... Naïeve gedachte van mij natuurlijk, zo begrijp ik ook direct. Immers, deze
omstandigheden vaker voor, dus er is vast een goed uitgesleten pad langs de rivieroever waar we langs kunnen lopen, misschien ligt er verderop, na de watervallen, zelfs wel een andere korjaal die ons verder vaart. Tuurlijk. Logisch.

SCHOUWSPEL
Bumbumbumbumbumbumbum... Onze bootsman tuurt in uiterste concentratie over het water. Tuurlijk, hij moet wel een goed plekje aan de wal vinden om ons af te kunnen zetten en de
 rivieroever is hier vrij ondoordringbaar met mangrovebossen. Whooom, whom, whooooom. Met korte gasstoten houdt hij de korjaal op zijn plek in de snelstromende rivier. Loerend naar een goede aanlegplek. Whom, whooooom, Bumbumbumbum.... Op nog geen tien centimeter naast ons zie ik scherpe rotspunten, op de loer om ons te grijpen. Bumbumbumbum... Ik tuur ook naar de walkant op zoek naar een plekje waar ik durf uit te stappen. Volgens mij moet daar, naast die grote palmboom... Ja, daar zie ik een kleine opening. Niet veel, maar misschien net genoeg als bootsman zijn korjaal met vol geweld het oerwoud in rauwst? Vandaar die 60pk natuurlijk. Whom, Whom, whooooom, whohooooooooommmmmmm...... Bootsman heeft kennelijk hetzelfde gaatje in het oerwoud gezien en na een paar korte stoten opent hij de gashandel en stuurt volle bak op de wallenkant af... Daar gaan we dan. Nog dertig meter tot de landing. Ik zet me schrap voor het geweld dat komt als we zo de buschbusch injakkeren. Twintig meter. Mijn voeten klem onder de  zitbank voor mij, mijn handen stevig om de leuning. Tien meter. Ik span mijn lichaam aan en knijp mijn ogen toe tot twee kleine spleetjes. Vijf meter. Ik sluit mijn ogen.



WATERSPEKTAKEL
WHOOOOOOOOOOOOOOOMMMMM..... Met enorm geweld knalt bootsman de volle pk's uit de kreunende Yamaha. Gelijkertijd volgt een scherpe helling naar stuurboord en hangen wij schuin in de boot. Gaat de korjaal ten onder in een inferno van spattend water en beukende rotsblokken?! Ik open mijn ogen en zie dat bootsman de weg volledig kwijt is. Hij stuurt de korjaal weg van de veilige boslandingsplaats en die gek vaart volgas op de rotsblokken af. Een woedende watermassa kolkt dreigend voor de boeg en zal onze trotse korjaal binnen enkele seconden tot brandhout promoveren. Ik knijp mijn ogen nog dichter en omklem de bankleuning nog strakker. Dan komt de klap. BOEM, WOESSHHH, KRRRR... DOENK, WOESSSHHHHHHHH...... Water gutst over mijn arm, mijn broek, in mijn slippers. Dan nog een vreselijke bonk, klap en stoot en dan is het stil... Muisstil... We zijn zojuist gecrasht...???

PLAN
Het leek zo'n mooi plan. Botopasi is een inheems dorp, langs de Boven-Suriname rivier. Vijftien jaar geleden was er een Nederlandse vrouw die een jaartje een resort runde ergens langs de Boven-Surinamerivier. Ze werd verliefd op een van de bootsmannen die met zijn korjaal  regelmatig gasten en/of post naar het resort bracht en na verloop van tijd ook met zijn korjaal naar het resort kwam als hij geen post of gasten had. De liefde bleek wederzijds. Deze bootsman woonde in Botopasi en daar was de Nederlandse vrouw een bezienswaardigheid. De Kapitein van Botopasi (zo heet de hoofdman van een inheems dorp) wilde ook graag een klein resort bij zijn dorp zodat de bewoners konden profiteren van wat kleinschalig toerisme. Het duo kreeg een stukje oerwoud aan de overzijde van de rivier toegewezen, regelde de financiën, kapte oerwoud weg en bouwde een prachtig resort met een hoofdwoning en een aantal kleine traditionele hutjes waar gasten konden slapen. Daar zouden Aly, Hedda, Qurijn en een aantal dagen verblijven en van daaruit ook een aantal inheemse dorpen bezoeken... Een weg van Atjoni naar Botopasi is er niet, hoewel daar wel al jaren over wordt gepraat zoals dat in Suriname met veel dingen gaat... En dus is het enige vervoer per Korjaal. Onze korjaal die dus zojuist... Nu ja, u heeft het gelezen...

HELP!
De stilte... Wat is er gebeurt? Ik moet iets doen... Ik open voorzichtig mijn ogen en voor me zie ik een rivier zo vlak vals een kabbelende Linge op een zomernamiddag in Acquoy. Hoe kan dat? Waar zijn de rotsen, de stroomversnelling, het kolkende water? De voorkant van de korjaal lijkt zelfs nog in takt, maar de bootsman? Die is ongetwijfeld...

Ik draai mij voorzichtig  om naar achteren. Daar staat de bootsman. Trots op zijn vakmanschap. Achter hem duikt het water kolkend de diepte in. We zijn zojuist, tegen alle natuurwetten in, met een boot een waterval opgevaren... Een waterval ja... O.k., een stroomversnelling misschien voor de echte wildwaterkano puristen, maar dat ben ik niet. Voor mij is het dus een waterval. En voor de bootsman ook zo te zien aan de grijns op zijn gezicht. Whooooooooooooommmmm vliegen we alweer op topsnelheid verder de rivier op.

<naschrift. we hebben een filmpje van de passage, maar internet is weer zo traag dat het niet lukt om het filmpje te uploaden>

COOL
Quirijn vindt de tocht met de Korjaal cooooooooool en ook Hedda en Aly genieten met volle teugen van deze tocht. Onderweg stoppen we nog bij een aantal inheemse dorpen waar we post en voedingsmiddelen afleveren. De waterkant is steevast de plek waar een groot deel van het dorpsleven zich afspeelt, zeker voor de vrouwen en kinderen. Hier wast men in de rivier de vaat, kleding en zichzelf. Kinderen spelen en zwemmen er, men drinkt direct uit de rivier. Hier worden de laatste roddels gedeeld en is contact met de voorbijvarende buitenwereld. Een half uur en enkele stroomversnellingen later bereiken we Botopasi waar we erg hartelijk worden ontvangen door de eigenaresse Conny. Quirijn verwoord onze gedachten als hij zegt 'oma, wat is het hier een mooi uitzicht hè'. We zijn erg onder de indruk
van de prachtige tocht die we zojuist achter de rug hebben en van het uitzicht op de stromende rivier, waar regelmatig korjalen voorbij varen onderweg van ergens langs de rivier naar ergens langs de rivier. We raden hotel Botoasi graag aan. Zie www.botopasi.com

'onze' Korjaal in Botopasi.

Het huisje van oma en Quirijn

lunchtafel met uitzicht
Uitzicht vanuit ons huisje... hier willen we best een tijd blijven. 










NATUUR
beest in boom
We slapen in twee hutjes die redelijk authentiek zijn gebouwd. Het dak bestaat uit samengevlochten palmbladen, zoals al eeuwenlang wordt gemaakt. Hoewel je in de dorpen nu steeds meer golfplatendaken vindt. Authentiek zou ook een uitgeharde moddervloer zijn, maar dat is de toeristen toch iets te veel authenticiteit en dus ligt er een betonvloertje in de huisjes. Verder zijn er voldoende kieren in het huisje voor een optimaal natuurgevoel en de eerste avond jagen wij eerst een grote kikker uit het huisje en daarna een vliegende kakkerlak. We spotten nog twee andere kakkerlakken en een kleine salamander, maar die krijgen we niet te pakken en dus trekken wij ons maar terug onder de klamboes. Quirijn slaapt bij oma in het huisje en dat gaat prima, ook nadat hij in nacht twee pardoes uit zijn bed op de grond valt; 'ik hoefde niet te huilen, maar alleen een beetje piepen'.

AFRIKAANSE DORPEN
Ja, dat is gek. Afrikaanse dorpen... We zijn toch in Suriname? Toch klopt het wel. We bezoeken drie inheemse dorpen en de tradities in die dorpen gaan terug naar Afrikaanse gebruiken. Dat zit zo (vertelt Walewijn de leek). Hoewel de geschiedenisboeken op de Nederlandse scholen er niet zo veel mee staan, hoef ik jullie natuurlijk niet uit te leggen dat de Hollanders in en rond de 17e eeuw vele mensen uit Afrika roofden en hen als slaven in landen als Suriname te werk stelden op plantages.

'ik forgoop kasoline'
Een deel van die slaven wist in de loop der tijd de plantages te ontvluchten. Velen kwamen om in de ondoordringbare oerwouden, moerassen (swampen), of door gevaarlijke dieren/ giftige planten e.d., maar sommigen wisten een leven op te bouwen in de oerwouden en langs de rivieren. Zij werden Marrons genoemd, naar het Spaanse woord cemaron, betekent 'gevlucht of weggelopen vee'. Marron is nu een soort geuzennaam voor de binnenlandse bevolking. Je ziet hen op onze fotos overigens niet terug, zij willen niet graag gefotografeerd worden, hebben het idee dat met een foto ook een deel van hunzelf wordt (weg)genomen.

Het betrof hier dus mensen die - of wiens voorouders- uit Afrika kwamen. De levenswijzen en de rituelen nu zijn nog behoorlijk vergelijkbaar met die van hun Afrikaanse voorouders. Vandaar dat wij een beetje het gevoel hebben dat we in Afrika zijn beland.

Een erg bijzondere en indrukwekkende ervaring. Het is fantastisch om te horen en leren hoe alles dat in de natuur beschikbaar is, wordt gebruikt en toegepast in het dagelijks leven. Ieder onderdeel van een vrucht wordt gebruikt.
De sap om te drinken (al dan niet alcoholisch door gisting), medicijnen van te maken, de schil wordt verwerkt in eten, een deel als kom, een ander deel als lepel en de steel... Etcetera.

We leren over de rituelen en de wijze waarop kwade geesten buiten het dorp en de huizen worden gehouden. Op zich natuurlijk erg lastig om kwade geesten buiten te houden, want geesten kunnen immers vrij en onzichtbaar ronddwalen. Maar het is uitermate handig dat geesten niet kunnen bukken. Oh, wist u dat nog niet? Nou, zo is het dus. Dat biedt mogelijkheden! Je maakt je voordeur erg laag. Bingo, kwade geesten blijven buiten. Aan de ingang van het dorp hang je palmbladeren waar je zelf onderdoor kunt lopen, maar... Inderdaad, bingo, de geesten niet. Handige jongens, die Marrons.
onze gids legt uit dat kwade geesten niet onder de toegangsboog
door kunnen lopen.

Vriendelijk ook. Overal worden we vriendelijk begroet en groeten we terug. Vrijwel zonder uitzondering vinden de vrouwen dat Quirijn maar bij hen moet blijven. Zo'n schatje.

Tegelijk met ons bezoekt een schoolklas het
kleine museum.




Kookplaats
.

ONBEKENDE GROENTEN
In hotel Botopasi wordt gekookt met lokale producten en zo leren we veel (voor ons) nieuwe groenten kennen, zoals tayerblad, amsoi en bitawiri. Verder ervaren we ook hier het leven met beperkte middelen, zoals de schaarste van ernergie en water, zoals wij dat aan boord dan Antares natuurlijk ook gewend zijn. Zo is er alleen koud water en is er alleen 's avonds 19-23 uur stroom, als de dieselgenerator draait.

DAGJE LANGER
We hebben het kortom, erg naar onze zin in hotel Botopasi en leren ontzettend veel over het leven in de oerwouden van de Boven-Suriname rivier. In Pikin Slee bezoeken we het Saamaka Marron museum, waar we uitleg krijgen over de geschiedenis en gebruiken van de Marrons. Ze hebben ook een informatieve website saamaka museum. Iedere ochtend bezoeken we een van de dorpen in de buurt, in de middag genieten we van de rust en het mooie uitzicht vanuit de logde, lezen boeken uit de logde bibliotheek. Het bevalt ons zo goed dat we een dag extra blijven.
Na drie nachten vertrekken we weer met een korjaal terug naar Atjoni. Wederom een geweldige tocht, nu stroomafwaarts.
Bij een lokale houtkunstenaar kopen we hardhout voor onze boot.

middagdutje in hangmat



TERUG
Het laatste uur regent het flink, gelukkig hebben we paraplu's meegenomen. Eenmaal terug. In de auto is het natuurlijk te makkelijk om direct terug te rijden naar Paramaribo. Met een kleine omweg van zo'n dertig kilometer rijden we naar de stuwdam die in de jaren '60 in de Surinamerivier is gelegd. Bovenstrooms is een groot stuwmeer ontstaan wat een vreemd, surrealistisch beeld oplevert omdat de kale boomstammen van de dode bomen nog altijd boven het meer uitsteken. Zo ver je kijkt. De stuwdam is aangelegd om energie te leveren aan Suralco (Suriname aluminium company). Ik las ergens dat in de Tweede Wereldoorlog 96% van de Engelse en Amerikaanse aluminium voor de oorlogsindustrie afkomstig was uit Suriname. Interessant onderwerp, maar voert helaas wat te ver om daar nu ook weer op in te gaan. Hoe dan ook, wat foto's van het zogenaamde Brokopondomeer.
Tragisch is dat niet alleen de bomen onder water kwamen te staan, maar ook diverse inheemse dorpen. De bewoners van die dorpen werden ondergebracht in dorpen elders, maar in plaats van de buurtschappen waarin zij woonden, waarbij families gegroepeerd bij elkaar wonen, werden zij nu ondergebracht in nieuwbouw langs rechte straten. Velen konden maar moeilijk wennen en dat kunnen wij ons goed voortellen, nu we beide woonvormen hebben gezien.
 
AFRONDEND
schaafijs in de cultuurtuin Paramaribo
Nou, dat moet het maar weer even zijn voor nu, onze website slaat zowat op tilt van de lange teksten die ik erop gooi...

Onze ervaringen hierboven zijn alweer van ruim een week geleden. Oh ja, en we bezochten die zondag ook nog een plantenmarkt in de Cultuurtuin van Paramaribo, de Chinese en Javaanse markt, het Onafhankelijkheidsplein waar iedere week stoere mannen strijden om de trofee 'welke vogel floot het beste' - ook een heel verhaal, Surinaamse mannen en vogeltjes, maar daarvoor verwijs ik graag naar de website van Ron en Joce van De Verleiding, Ron heeft het daar allemaal mooi uitgelegd. Onderstaand drie foto's van de vogelcontest.
En verder deden we die week... ach, het is gewoon te veel om op te noemen.

Aly is al weer een kleine week in Nederland en wij maakten deze week een volgende uitstap, naar de uiterste noordoosthoek van Suriname, waar we zelfs even over de landrand kukelden en prompt met onze snuffert in het buurland belandden. Maar daarover... volgende keer meer!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten