vrijdag 25 september 2015

LAND VAN CONTRASTEN

We maakten met een huurauto (Econocar, ca 20 USD/dag) in drie dagen een rondtoer door Trinidad en ontdekten een land vol contrasten. Geen zeilerij, maar een landrotten verhaal. 



De westkant van Trinidad wordt gedomineerd door de olie-industrie en de grotere steden 
rommel in de sloot en overal een boot
met shoppingmalls. Voor de kust liggen veel boortorens en olietankers voor anker. In de baai van Chaguaramas drijft regelmatig een laagje olie op het water. Je ruikt en ziet industrie. Ook het afval uit de Orinocorivier drijft regelmatig de Chaguaramas baai binnen. En in het weekend (en die is hier ruim gedefinieerd) varen feestboten met keiharde muziek tot diep in de nacht door de ankerbaai. Niet echt de plek om te blijven hangen vanwege de rust en het natuurschoon. Maar Trinidad heeft meer te bieden en daar zijn wij nieuwsgierig naar.




FILE
Dag 1 staat in het teken van functioneel shoppen. We rijden naar het zuiden naar de stad San Fernando. Deze stad heeft grote bouwmarkten en textielzaken die gespecialiseerd zijn in outdoor stoffen.

Hoe kun je een autotour nou beter beginnen, dan met file?
We komen al snel in een file! Ja... een heuse file zoals je die kent op de A10 West en dat is nou net de plek waar wij ook het laatst in een file hebben gestaan, zo'n 15 maanden geleden. We genieten ruim 35 minuten van deze weemoed en we krijgen trek in koffie... En waar kun je nou het snelst koffie vinden? Juist in een groot funshopping walhalla. We rijden het parkeerterrein op bij The Gulf City Mall. Walewijn heeft nieuwe slippers nodig en we moeten onze voorraad persoonlijke verzorgingsartikelen aanvullen, dus ook hier kunnen we functioneel shoppen.

SHOPPING WALHALLA
We stappen door de schuifdeuren een heerlijke koele ruimte binnen en zien twee verdiepingen aan shops: kledingzaken, schoenenzaken, sportzaken, speelgoedzaken, boekenzaken, drogisterijen etc. Wat een walhalla. Quirijn gaat los op zijn loopfiets over de gladde vloer. Ja ook voor kinderen is zo'n shoppingmall een Walhalla. Maar eerst KOFFIE!
We vinden een koffietentje van de koffieketen Rituals. Dit blijkt dezelfde te zijn als die in Paramaribo bij het Krasnapolsky.  Zij hebben heerlijke café Latte's en ijskoffie's. We genieten allebei van een caramel latte ijskoffie en Quirijn van een appelsap. 

... en mooie race vloeren. Iedereen blij
mooie winkels ...
Daarna lopen we 2 verdiepingen aan shops langs met voor ons uit een Quirijn die als een bezetene op zijn loopfiets over de gladde vloer stuift en om de grote palen slalomt . Gelukkig is het niet druk en heeft hij ruimte genoeg. Na een uur is ons doel bereikt. We hebben slippers en de nodige persoonlijke verzorgingsartikelen. Missie geslaagd. Maarreehh waarvoor waren we ook alweer door die file helemaal naar het zuidelijke San Fernando gereden terwijl ze deze shopping malls ook in het Noorden hebben? O ja, die grote stoffenzaken. Door die file van vanmorgen hebben we flink wat tijd verloren....en eh ja ook door de af- en verleiding van al die shops. We moeten haasten willen we nog voor sluitingstijd bij de stoffenzaken arriveren. 

Na een vette lunch bij een van de fastfoodketens vertrekken we weer. We stoppen nog bij een grote bouwmarkt, de Baghwansingh. De grote stoffenzaken vinden we uiteindelijk na sluitingstijd.

APPLE SUCKS!
Vandaag, dag twee, minder shoppen en meer sightseeing. We gaan naar Lopinot, een dorpje midden in de bergen in het midden van Trinidad. Maar eerst nog een functionele stop bij de Trincity Mall om te kijken of de IPod van Walewijn gerepareerd kan worden. 


Na krap een jaar heeft het bedieningspaneel het spontaan begeven. Sterker, na elf maanden en drie dagen na aankoop (ja,dat doet er toe voor het verhaal... Let maar op). Het scherm van het 'geweldige' Apple product blijft wit. Een bekend probleem bij de IPod nano zo leren we via de Apple website. Zij suggereren een aantal oplossingsmogelijkheden. Die bieden geen succes. De laatste optie die APPLE suggereert: 'bezoek een Apple shop'. Tja, die zijn er in de Carieb niet. En dus verstrijkt de tijd en is de IPod inmiddels ruim een jaar oud. Walewijn kan zijn geluk niet op als er in Trinidad een Apple servicepunt blijkt te zijn. Jippie, jippie!  Terwijl Walewijn aan de boot werkt, stap ik vol moed de Apple store binnen. De man kijkt me ongeïnteresseerd aan. 'Meer dan een jaar oud? Nee, koop maar een nieuwe'. Lekkere aftersales.

Vandaag proberen we nog een paar IPhone reparatiewinkels in de hoop dat zij iets kunnen. Maar helaas. Apple IPods, daar wagen zij zich niet aan. Onze iPod Nano blijkt een duur wegwerpartikel. Dus, aan alle Apple adepten in de wereld: APPLE SUCKS!!!!! He, he, dat lucht een beetje op.

PLANTAGEHUIS
We vervolgen onze tocht naar Lopinot. Een steil slingerweggetje voert ons de bergen in dwars door prachtig regenwoud. Wat een contrast met het drukke Port of Spain. De frustratie die wij zojuist nog voelden ebt langzaam weg. Who cares about IPod? We genieten! Na ongeveer 8 kilometer bergop komen we aan in het dorpje Lopinot. 

plantagehuis in Lopinot, nog met versieringen vanwege
Dag van de Onafhankelijkheid en (komend) Dag van de Republiek

Hier staat een plantagehuis op wat vroeger een cacao plantage was van de Fransman Lopinot, waarna het dorpje is vernoemd. 

We bezoeken de tentoonstelling in het huis, waar we foto's uit begin 19e eeuw zien en veel attributen uit die tijd. Het huis oogt erg schattig met de veranda en de geel met bruine kozijnen en luiken. Het wordt, evenals de omliggende tuin, goed onderhouden. Toch zijn we de enige bezoekers.

Na ons bezoek aan het huis wandelen we door de parkachtige tuin en worden aangetrokken door snoeiharde, maar heerlijk ritmische soca muziek. Nee, niet van de mannen hier naast op de foto. De muziek komt van een eindje verderop.



zo, dan bent u ook weer bij over deze held
bananenbomen
Nieuwsgierig volgen we de muziek. Het brengt ons over een smal weggetje omgeven door bananenbomen bij een beekje waar een aantal auto's staat geparkeerd, een barbecue rookt en verschillende groepen mensen picknicken. 

In het beekje baden een man en twee vrouwen en met deze temperatuur (ver boven de dertig graden) ziet dat er zo aanlokkelijk uit, dat Quirijn en ik (W) onze kleren uittrekken en ook in het koele glasheldere bergwater plonzen.

LEUK LOKAAL CONTACT
Nauwelijks opgedroogd raken we in gesprek met vijf dames die hier picknicken. We krijgen lokale gerechten te proeven, we raken in een geanimeerd gesprek over het land en krijgen tips over mooie plekken. Een dame stelt zelfs voor om ons mee op pad te nemen voor een hike, waar we haar vriendelijk voor bedanken. Het is opvallend hoe snel en makkelijk je in Trinidad contact hebt met de lokale bevolking. En hoe graag ze vertellen over hun eiland en de geschiedenis van hun land. Er komen hier een stuk minder toeristen dan in de andere Caraïbische eilanden en de Trinidaders (of hoe ze heten) zijn trots op hun land. Ze vinden het fantastisch dat buitenlanders hun land bezoeken en vinden het uitermate vervelend dat Trinidad bekend staat om haar criminaliteit.

Ja, dat hebben wij vooraf ook gelezen en gehoord, en ook dat er dagelijks wel iemand wordt vermoord. Wat op een bevolking van 1,2 miljoen natuurlijk een ongekend hoog percentage is. Maar we weten ook dat dit moorden betreft tussen gangs in Port of Spain en in het zuiden van Trinidad; de plekken waar wij, net als vele Trinidaders, niet komen. En we weten dat we niet moeten afgaan op wat we horen en lezen, maar dat we ons eigen beeld moeten vormen. We proeven in de woorden van de Trinidaders de boosheid over die cijfers en ervaren hoe zeer zij hun best doen om hun land in een beter -en reëler- daglicht te stellen.
We mogen de hele middag blijven picknicken, maar we willen nog zo veel van het eiland zien, dat we na een uurtje afscheid nemen, waarbij we een aantal mango's en avocado's toegestopt krijgen.

KAN HET NOG MOOIER?
kijkje op een riviertje, vanuit een
autootje op een bruggetje
Auto-huur-dag-drie rijden we een volgende bergweg op. 'Deze bergweg is een stuk minder mooi dan gisteren' zeg ik (W). 'Dat weet je niet' zegt Hedda. Dat is waar, we zijn pas vijf kilometer onderweg, maar het weggetje gisteren was zo mooi, daar kan niets tegenop. 

Welnu, een uur later blijkt dat onjuist. 

Achtentwintig kilometer lang slingert dit smalle weggetje ons, soms onverhard dan weer met de wielen vlak langs het ravijn, door het regenwoud omhoog en omlaag. We zien vogels, vlinders, woudreuzen, kijken kilometers ver over groene valleien naar heuveltoppen die boven de wolken uitsteken. We stoppen regelmatig in een bocht om met de ramen open te luisteren naar kleine watervallen die onder het gammele bruggetje doorspatten. Dan rijden we weer door een tunnel van groen of kruizen een snel stromend riviertje.





KEURSLIJF VAN HET KOPIEERAPPARAAT
'Wat voor dag is het eigenlijk vandaag?' Donderdag. 'Oh ja, dan zou ik normaal gesproken nu een vergadering ingaan'. Of worstelen met een vastgelopen kopieerapparaat. Wat zijn we toch bevoorrecht om dit allemaal te mogen zien, om zo'n reis te mogen maken! We filosoferen er een beetje over. Is het echt wel een voorrecht? Of is het iets anders? Gewoon een keuze die wij maakten? Hebben eigenlijk niet velen (iig in de westerse wereld) de mogelijkheid om zo'n reis te maken? Als je maar bereid bent om zekerheden van thuis op te geven en baan, hypotheek en andere vangnetten los te laten. We hoorden tijdens onze voorbereiding thuis vaak uitspraken als 'ja, ik zou ook wel graag een lange reis willen maken, maar...' gevolgd door zo veel redenen dat we er een boek over zouden kunnen schijven. Allemaal argumenten die plausibel en relevant zijn als een koe, maar er in-the-end voor zorgen dat je vast blijft zitten aan dat wat je hebt en waardoor je nooit de ruimte creëert om andere mogelijkheden op te pakken.
drie dagen in de auto is op een gegeven moment wel saai...
zeker als je ouders over kopieerapparaten beginnen te neuzelen

Het Nederlandse keurslijf is voor ons nu, zo ver van huis, zo moeilijk voor te stellen. Dat alle Nederlandse luxe en comfort zo belangrijk zijn om je hele leven voor te werken. Maar we zijn er van overtuigd dat wij straks in Nederland binnen de kortste keer weer volledig meedoen in die ratrace om te werken voor de juiste modieuze keuken, badkamer en auto. Dat zit gewoon ook in onze Nederlandse genen. Zo is dat nu eenmaal en daar is helemaal niets mis mee. Maar voor alle lezers die ons blog lezen omdat ze er toevallig van dromen om misschien ook eens een andere stap te zetten; blijf niet dromen, maar start vandaag. Bekijk eens kritisch voor jezelf wat je nu werkelijk nodig hebt om een beetje aardig in NL te leven en schrap alles wat overbodig is. Zo bespaar je geld en is de eerste stap naar een reis of andere verandering gezet.

VOGELAARS
Ja, ja, ik sla door, ik weet het. Het is dan ook maar een geluk dat we net met onze huur-Nissan-Sunny arriveren bij het bordje 'Asa Wright Nature Centre'. Dit is de hemel voor vogelaars. Nu moet ik weer met mijn billen bloot, want schreef ik in een eerder blogbericht al dat het aan mijn bomenkennis schort, ook op vogelgebied ben ik een nul. Dat is jammer, want anders zou ik ongetwijfeld lyrisch worden van de 166 verschillende vogelsoorten die zich hier, in een voormalig plantagehuis midden in het oerwoud, laten zien. Asa Wright was de laatste bewoonster van dit paleisje en nadat zij in 1971 overleed werd het huis overgedragen aan een in 1967 door natuurwetenschappers en vogelaars opgerichte stichting. Sindsdien is het een wetenschaps- en natuurcentrum met overnachtingsmogelijkheid voor bezoekers zoals wij.

Zonder alle vogelaars tegen het hoofd te willen stoten, je moet naar Asa Wright Nature Centre voor de koffie. Die is werkelijk heerlijk! En voor het eerst sinds... uhm tja, sinds wanneer eigenlijk? Voor het eerst sinds... sinds Nederland (!) geserveerd in een echte onvervalste aardewerken mok. Zo heb ik hem al lang niet meer gedronken zeg! En dat vanuit een comfortabel rieten sofa op de veranda van een fraai historisch koloniaal houten woonhuis met meters hoge plafonds, vier maal dubbel openslaande lameldeuren, een natuurstenen schouw en schitterend houten vloeren. Dan valt er niets meer te wensen toch?  Wat zegt u? ... o ja, natuurlijk... En dan heb je nog van die tjielpertjes voor je neus. Maar wie maalt daar om?






O.k, vogelaars onder u, ik zet mijn koffie wel even neer en zal plichtsgetrouw een blik werpen op die pluizebolletjes. Ik loop naar de rand van de veranda en zie tientallen vogels in de tuin. Geinig hoor. Ik druk een opkomende geeuw weg en kijk wat langer. Ik zie kleuren die ik nooit eerder bij vogels zag. Nou nou. Dan komt een woodywoodpecker aanvliegen en blijft met hevig flapperende vleugels maar doodstil hangend lichaam hangen bij een waterbak die aan het veranda dak hangen. Best indrukwekkend. Een minuut lang blijft hij zo fladderen waarbij zijn koppie af en toe naar voren steekt en water uit de bak drinkt. Op minder dan een meter afstand van mij. Wauw! Ik pak de ASA folder er eens bij. Een Hummingbird. Met behulp van de folder onderscheid ik even later de Purple Honeycreeper van de White Necked (die is makkelijk) Jacobin en de Bananaquit. Tjee. Het is dat een overnachting hier in AWNC met ruim boven honderd USD ver boven ons budget gaat, ik had hier best graag een paar dagen gebleven (... al is het maar vanwege de koffie -- oeps! doe ik het weer).







en voor de echte vogelaar deze foto hieronder... spot de vogel!




NOORDKUST
Maar we hebben nog meer te zien vandaag en rijden nog eens vijfentwintig kilometer bergweg verder. Onderweg nemen we een lifter mee, het blijkt de 67 jarige Andrew te zijn die sinds twaalf jaar midden in het oerwoud woont. Het is zijn wekelijkse uitstapje naar de winkel, zeven kilometer verderop. Van Andrew leren we dat de uitgestrekte beplante velden die we onderweg regelmatig tegenkomen geen verlaten wijnranken zijn (wat ik met mijn onnozele Europese hersenspinsels dacht) maar kousenband. Verder horen we veel over de leefwijze in een bos en de contrasten met Andrews vroegere stadsleven in Port of Spain. Hij staat er op in de winkel twee biertjes voor ons te kopen als bedankje voor de lift, maar wij nemen genoegen met de informatie over zijn leven, die hij tijdens de rit met ons deelde. Wuivend en toeterend nemen we afscheid, alsof we elkaar al jaren kennen.


Aan de noordkust bewandelen we twee stranden, waarvan het eerste (Las Cuevas) zeer fotogeniek is (zie onder), maar in werkelijkheid iets minder aangenaam. Zodra je stilstaat, vallen de zandvlooiien aan waardoor we als souvenir benen met rode stippen meenemen. Het tweede strand (Maracas Bay) valt tegen en doen we daarom op de Japanse manier: raampje open, 'klik' fotootje, en doorrrrrr. 





'Kijk opa, jouw auto hebben ze hier ook!'
We rijden terug via de westzijde van Port of Spain en kunnen dus mooi nog een klein beetje shoppingmall meepikken... we komen er immers toch langs? 

Tja, sinds de Canarische Eilanden hebben we geen goede Mall meer gezien, dus de schade moet een beetje ingehaald. Ook voor Quirijn, die heeft altijd wat te zien en te doen in zo'n stadse omgeving natuurlijk...




BRAK WATER
Op weg terug naar Chaguaramas maken we nog een detour en bezoeken ook nog Macqueripe Bay. Vroeger waren hier (net als in de rest van Chaguaramas) Amerikaanse legereenheden gestationeerd, maar na flinke ophef een jaar of veertig geleden zijn die er uitgeknikkerd.

Het zeewater is rond Trinidad opmerkelijk brak, op het zoete af. Dat komt door alle rivieren die (o.a. vanuit de Amazone) in dit gebied de oceaan in stromen. Het water is dan ook iet blauw maar meer groen met een tintje bruin, zeg maar. IWe stoeien wat met Quirijn in zee en zien een prachtige zonsondergang.
 

Vrijdag leveren we de auto weer in, waarna we zondag met de boot vertrekken om twee eilanden te bezoeken. Maar daarover maar even in een volgend bericht. En, dat kan ik alvast verklappen, er komt een tweede ronde autohuur... maar dan hebben we het misschien alweer over nog een later blogbericht.

1 opmerking:

  1. Wauw wat een mooie locaties en een leuk blog! Moest zelf even lachen om het feit dat er een Nissan Sunny voorbij kwam en de laatste foto ook zonnig eruit ziet. De naam van de auto paste mooi bij dit avontuur ;)

    BeantwoordenVerwijderen