dinsdag 8 september 2015

HELP! EEN ZINKENDE BOOT



Best lezer, het is weer een lang verhaal... Met een spannend vleugje ook, zoals de titel van dit stuk al aankondigt. Voor wie niet alles wil lezen, hier het hele verhaal in een zin: we liggen in Trinidad, waar we als Laurel en Hardy aankwamen maar momenteel als Superman en Robin door het leven gaan. De komende week transformeren we in Bob de Bouwer en Handige Harry, maar daarover in een volgend blog.

Afbeeldingsresultaat voor laurel and hardy in a fishing boat



VOLLE MAAN
Vrijdag 28 augustus halen we ons anker op uit het zand van Clarks Court Bay (klinkt mooi toch?) aan de zuidkant van Grenada. Vannacht varen we 88 mijl zuidwaarts. 'Het is mooi joh, maar wel druk hoor' zegt Hedda als ik vier uur in de ochtend weer de wacht van haar overneem. We draaien vieruurs wachten maar zo'n eerste (en in dit geval enige) nacht op zee is dat allemaal wel leuk, maar ritme ontbreekt zodat zo'n wachtsysteem eigenlijk van weinig nut is. Zoals de volgende ochtend ook wel zal blijken, maar daarover later meer. 


Het is volle maan en dat is genieten omdat we, in tegenstelling tot tijdens de Atlantische oversteek, weinig bewolking hebben. Je kunt een boek lezen in de kuip, ware het niet dat Hedda tijdens haar wacht een flinke bui overkreeg die niet alleen het lezen onmogelijk maakte, maar ook het boek tot papier-maché zou hebben gepromoveerd. Hedda kan dankzij de natte bende de volgende ochtend wel een vraag beantwoorden die Quirijn een tijdje geleden stelde: 'als het 's nachts regent en de maan schijnt, komt er dan ook een regenboog?' Wij wisten het antwoord niet, maar Hedda weet het nu wel: ja!
lezen bij volle maan


uurtje later. Dikke wolken voor de maan. Als je goed kijkt zie je de horizon... en als je nog ietsje beter kijkt... een vrachtschip
CARIBISCH GALACTICA
Zoals wel vaker tref ik het prima; de lucht is weer schoon en hé, kijk nou eens, we hebben maar liefst drie manen! 'Da's boffen', mompel ik tegen Hedda maar die haalt mij al gauw uit mijn half dronken slaap toestand. 'Nee mafkees, dat is een booreiland en dat ook'. Oh, zijn we al zo ver. Dan is het nog maar een kleine dertig mijl naar Chaguaramas in Trinidad, waar we hopen de boot op de kant te kunnen zetten voor onderhoud. Hedda verdwijnt in de kooi en de wind verdwijnt, tja, waarheen eigenlijk? Die verdwijnt gewoon. Omdat ik Q en H lekker wil laten slapen en we redelijk opschieten, laat ik de motor uit en dobberen we met een snelheid van regelmatig (ver) beneden twee knopen door het heelal. Ik hoef me niet te vervelen. Voor ons varen drie kruisende vrachtschepen, naast ons twee die tegenliggen, achter eentje die achterlangs schiet en nog eentje die ons oploopt. Nu nog een klein stipje aan de horizon, maar volgens onze AIS over anderhalf uur op slechts een mijl van ons vandaan. Het lijkt de Noordzee wel, maar dan in korte broek en t-shirt. Die AIS hadden we voorzichtigheidshalve uitstaan deze tocht, we varen dicht bij Venezuela en in dit gebied zijn nog niet zo heel veel jaar geleden zeiljachten overvallen. Maar met deze drukte valt er niets te vrezen en plaatsen we onze naam en positie op de plotters van de zeeschepen, zodat zii ons kunnen zien.

de zon komt op achter de wolken
Ik kijk mijn ogen uit naar
de snel veranderende luchten

Aankomst Trinidad
Om half zes komt de zon prachtig op en is nog net op tijd om zijn tegenhanger achter de horizon te zien verdwijnen. Wij zweven tussen deze planeten in met om ons heen de krioelende tankers en cargo's als ruimteschepen in het heelal. 'Hoe snel gaan we eigenlijk?' klinkt er uit de kooi. 'Niet zo heel erg snel' antwoord ik gevolgd door 'moet jij niet gewoon slapen?' ... Meteen de tegenaanval inzetten, denk ik. Maar dat werkt niet. Stroom tegen, dikke aangroei aan de romp, windkracht een half Beaufort... dat wil niet echt. Ik wacht nog een kwartier totdat de oplopende space invader voorbij is en start de motor. Hoewel Trinidad bekend staat om de vele industrie (vandaar al die vrachtschepen) en onze bestemming Chaguaramas vaak als oliesloot wordt betitelt, is de eerste aanblik van Trinidad ronduit fraai. We varen tussen verschillende eilandjes door, langs rotsen die recht uit zee omhoogsteken, door baaien met (vakantie)huizen in vele kleuren en belanden dan in een decor van zee-industrie. Een baai vol geankerde schepen, de ene nog viezer dan de andere, kleine vrachtschepen uit Venezuela die we ook in Suriname zagen tot gigantische varende boorplatforms. Zo veel zeevaart industrie, dat heeft wel wat vinden we. Maar dat zal zijn omdat we te lang uit Amsterdam weg zijn denk ik, dan missen we de reuring af en toe.

LAUREL AND HARDY
Is hier nog een plekje voor ons vrij?
De ankerplaats is krap en vol, we varen diverse rondjes om een geschikte plek te vinden. Het is windstil, de zon schijnt volop en het is bloedheet. We zijn bekaf van de gebroken nacht en laten met een zucht ons anker vallen. Pfff... blij dat we liggen. 

Maar na tien minuten zien we al dat dit niet gaat werken. De boten draaien alle kanten op en dus komen we te dicht bij een afgedankte veerboot. We trekken de vijfenveertig meter ketting weer een boord, varen nog wat rondjes en droppen ons anker opnieuw. Slapen, dat is het enige dat we nu willen. Maar we moeten ook nog naar de kant om in te klaren bij Customs en Immigration. Nu vinden wij dat we wel goed liggen, maar even later komt de buurman aanscheuren in zijn dinghy, hij denkt er anders over. We hebben geen zin in discussie, dus na de lunch halen we de ketting maar weer binnen.

De meeste boten liggen aan een mooring, er is er nog één vrij, dus laten we die maar oppikken. Dat doen we altijd via het plateau aan de achterkant van onze boot, dus sta ik daar met een lijn klaar. Ik had echter ook de bijboot al in het water laten zakken en die ligt nu in de weg als we een mooring willen oppikken. 'Dus', bedenk ik me slim, 'kan ik net zo goed met de lijn in de bijboot stappen en zo de mooring oppikken'. Net als ik in de bijboot stap, hoor ik Hedda roepen 'hé, er staat een naam op de mooring. Waarschijnlijk is-ie privé'. Ik trek snel mijn been terug uit de bijboot, leg de bijboot lijn vast op een kikker van Antares en verdiep me in de letters op de Mooring. 'SIMON' lezen we. 

We varen langs een paar andere boten en zien daar ook 'SIMON' op de moorings. Mooi. Hedda draait de boot en ik loop terug naar het achterplateau... 'Hé waar is de bijboot?' Roep ik. 'Ohhhh, dan is dat onze bijboot" zegt Hedda, ik zie daar al een tijdje een bootje drijven en ik dacht, wie legt daar nou zijn bijboot voor anker? Maar uh, oh ja, dat is de onze, nou zie ik het pas'. We varen er snel heen en ik kan nog net in de bijboot springen voordat hij een industrieel droogdok in drijft.


KATAPULT
Even later dobbert Antares achter de mooring van Simon en tuffen wij naar de kant om in te klaren. Maar waar kan onze bijboot liggen? We meren af bij een steigertje, halen het kettingslot door de steiger, bijboot, benzinetank en buitenboordmotor, laden tassen, loopfiets, kind en onszelf uit (altijd een hele klus, zeker bij plus veertig graden en gekleed in lange broek, dichte schoenen en polo zoals Customs en Immigration vereist)... Lopen drie passen naar het hek... hek op slot. Vijf meter achter het hek moeten we zijn. Quirijn kent zijn klassiekers en begint 'ohjee, een hek. Een groot, glimmend hek... We kunnen er niet overheen, we kunnen er niet onderdoor... Oh nee, we moeten er wel dwars doorheen!' (Uit: 'wij gaan op berenjacht', red.). Nou, dat lijkt ons een aanlokkelijk idee maar we besluiten toch maar het uit-de-bijboot-stappen-ritueel in omgekeerde volgorde te herhalen.

We zien nergens een dinghy-steiger -zijn kennelijk een beetje verwend geraakt op Grenada- en proppen onze bijboot dan maar in een lege box in de haven, hoewel er met rode letters staat dat het verboden is aan te leggen. De bijboot verdwijnt onder de steiger en omdat dit met het opkomende water ertoe kan leiden dat de bijboot klem komt te zitten, gooien we een ankertje uit. Ketting weer vast, spullen en wijzelf op de steiger en op weg naar Customs. Ziet Hedda plotseling in een hoekje de dinghy-steiger. 'Als jullie hier wachten, haal ik wel even de boot op' zeg ik.

Ik plons in de bijboot. Ketting los, start de motor en scheur volgas weg uit de verboden box. Ik knik vriendelijk naar de stoere mannen die zojuist met een speedboat in de box naast mij hebben aangelegd en een beetje stoer op de steiger staan. S-N-A-K-!-!-! Voor ik het doorheb, lig ik languit in de voorpunt van de bijboot, terwijl aan de achterkant het water met sloten naar binnen stroomt, mijn nette schoenen en keurige pantalon tot boven mijn enkels doordrenkend met oliegesmeerd zout zeewater. Terwijl ik overeind krabbel overspoelt de volgende vloedgolf de rest van mijn kleren. Tot mijn verassing staan de stoere jongens op de kade mij niet uit te lachen, wat in deze situatie heel logisch zou zijn. Ik zie zes paar grote ogen en open monden. Ze hebben geen idee wat er net gebeurde. Ik inmiddels wel en begin het ankertje binnen te halen. Ik vertel hen dat ik het ankertje vergat... En dat we de hele nacht gevaren... En weinig slaap.. En.... Nu ja, je begrijpt het wel. Als ik lach om mijn eigen stommiteit zijn zij nog te verbouwereerd om enige emotie te tonen, maar later die middag zullen ze bij de zoveelste Rumpunch vast nog vaak en hard hebben gelachen om 'die onnozele'.

Anyway, bij Customs leg ik het carbonpapier verkeerd om tussen de blaadjes, zodat ik de hele onnozele vragenlijst twee keer moet invullen. Hedda gaat na het inklaren brood en drinken halen, vooral drinken ja, want we hebben ontzettende dorst, maar gooit uit enthousiasme voor de lage prijzen (in vergelijking met de noordelijkere Caribische eilanden) de hele winkelwagen vol om bij de kassa te bedenken 'oeps, te weinig geld', waarna ik eerst in de bijboot naar de overkant moet varen (zonder brokken deze keer, maar met twee keer  kettingritueel), vijf minuten lopen verderop een pinautomaat buiten werking aantref en vervolgens twintig minuten verder lopen in de ziedende hitte een werkende pinautomaat vindt... en zo gebeuren er die middag nog wat zaken die ik (gelukkig?) alweer vergeten ben. We slapen diep en lang die nacht.

BOOT ZINKT
Hoe anders is het twee dagen later! Die dag begint als elke andere. Rond achten zitten we in de kuip aan het ontbijt. Antares vredig dobberend aan haar Simon boeitje. We hebben VHF 68 aan voor het dagelijkse radionetje van de cruisers, als daar een van de cruisers meldt dat een boot voor hem zinkt. Of iemand weet van wie hij is. 


Quirijn heeft de zinkende boot gespot
Even wachten Q, we drinken
eerst nog even onze koffie op... 
Het duurt even voordat duidelijk is om welke boot het nu eigenlijk gaat en ondertussen kijken wij nieuwsgierig om ons heen. En dan zien we een eindje verderop een zeilboot waarvan de punt flink naar beneden hangt en het achterschip een beetje omhoog. Het zinkende schip. Een andere cruiser meldt op de VHF dat hij iemand kent, die iemand kent, die de eigenaar kent. Het zou gaan om een local. Hij gaat bellen. Dat zal wel even duren, zeker met de efficiency die wij in de afgelopen maanden in de Carieb hebben leren kennen. Langer dan het bootje lief is. 'We hebben nog de dompelpomp en generator' zegt Hedda. 'Misschien kunnen wij wat doen?' Eerlijk is eerlijk, beste lezer, we drinken eerst onze koffie op en dan rakel ik generator en pomp op uit het vooronder. Op de VHF doen we een oproep aan andere schepen om benzine naar het zinkende schip te brengen. Niet dat wij zo zuinig zijn, maar onze jerrycan is bijna leeg. Dan scheuren we overbeladen met onze 3,5 pk door de ankerbaai naar de zinker.



Het zinkende schip....

BROEM!
Aan boord treffen we twee cruisers aan dek, een derde is binnen op zoek naar het lek. Vermoedelijk komt het via een van de afsluiters binnen, maar die zijn in dergelijk slechts staat, dat ze muurvast zitten en dus niet meer afsluiten. Ik stap aan dek met generator, pomp en jerrycan en probeer de generator te starten. We hebben hem de hele reis nog niet gebruikt, dus onderweg door de baai heb ik voor de zekerheid maar vast de bougie geborsteld, maar ondanks dat weigert de generator dienst terwijl de boeg steeds verder naar de kelder zakt. Iedereen heeft zijn hoop op mij gevestigd en ik doe verwoede pogingen, check continu alle instellingen en trek me een ongeluk aan het startkoort. Carburateur verstopt? Luchttoevoer staat open, maar misschien is de luchtopening verstopt? Ik draai de benzine vuldop wat los en dan... Tuf, tuf, tuf.... De gen begint te schudden en beven... Tuf, tuf, tuf... BROEM! Hij loopt! Ik gooi de dompelpomp door het dekluik dat een van de cruisers heeft weten te openen en een grote stroom water spuit overboord. Geweldig! Hiervoor slepen we al een jaar een generator en dompelpomp met ons mee. Voor een noodsituatie zoals deze.


Onze held, heeft de hele dag en nacht lopen brommen om stroom te leveren voor de pomp.


VERLOREN ZAAK
De pomp kan het binnendringende water niet de baas, maar waar het enkele ogenblikken geleden nog zeker was dat de boot binnen een paar minuten zou zinken, winnen we nu tijd. Tijd om af te stemmen met de omgeving. Is de eigenaar al gevonden? Wie kan er nog meer wat doen? We hebben meer pompen nodig. En misschien een duiker, om van buitenaf proppen in de huiddoorvoeren te plaatsen. 

Dan verschijnt een speedbootje, die brengt de eigenaar. Of in ieder geval de beheerder. Even later zijn broer. Ze zoeken druk naar de oorzaak en proberen ondertussen te redden wat er te redden valt. De motor staat al diep onder water, een stereo installatie (die dingen zijn hier groot, duur en belangrijk) verhuist naar een hoge tafel in de achterkajuit. Simon (inderdaad, van de moorings) is duiker. Hij wordt gehaald, of nee, gezocht. Waar is ie? Dit gaat niet goed. Het duurt te lang. Marifoon? Niet aan boord. Wij hebben onze handheld VHF mee en ik roep op diverse kanalen de Coast Guard op, de havendienst, pilotboten en doen algemene oproepen aan ieder met generatoren en pompen. We krijgen geen reacties. 

Coast Guard verschijn met geweren
maar zonder pomp
De boot zakt verder weg. Bekers rollen van het aanrecht, de voorkajuit is inmiddels onbegaanbaar. Dan verschijnt de Coast Guard. Ze hebben onze oproep gehoord en komen een kijkje nemen. Met geweren, maar zonder pomp. Misschien willen ze gaten in de romp schieten zodat het water eruit kan lopen? We zakken verder weg. Overleg aan dek. Boot naar een werf en de kant op? Er liggen vier dinghy's rond de zinker, waaronder Hedda met onze 3,5 pk. Gaan we met vier dinghy's deze zware boot verplaatsen? Ca 14 meter staal en vol water? Slalommend door een veld geankerde boten? Ik durf dat risico niet te nemen en gelukkig de anderen ook niet. 

Misschien halen we het nog naar een werfkraan, maar dan moet het wel snel gebeuren. En het anker ophalen is geen optie meer, dat geeft veel te veel gewicht in de al zo diep liggende voorpunt. Dan komt Simon aan. Hij verdwijnt onder water, op zoek naar de huiddoorvoeren. Wij binden alvast wat stootwillen aan de ankerketting, mochten we het anker hier achterlaten.


Stootwillen worden aan de ankerketting bevestigd. De ketting word gekapt.


Ik verhuis onze generator en de jerrycan alvast naar de rand van de boot, Hedda komt daar met de bijboot stand-by liggen. Als de boot zinkt, dan wil ik snel onze generator, pomp en eventueel de jerrycan overzetten in de bijboot. Dan komen er nog twee boten aanvaren met locals. Die boten hebben hier allemaal minimaal 150 pk, daar kun je wel een zinkende zeilboot mee verslepen. De twee boten hebben mijn oproep op de VHF gehoord en bieden hun hulp aan. Eentje heeft 200 pk, de andere 2x 350 pk... Net een tikkie meer dan de 3,5 pk achter onze bijboot. Simon komt boven. Hij heeft plugs gestopt in de huiddoorvoeren. Maar de boot kan ieder moment zinken. Mensen gaan van boord, de achterblijvers staan op het achterschip. Er staat al water op het voordek. De beheerder wordt door zijn broer gesommeerd uit de kajuit te komen. Als de boot gaat, komt hij nooit meer op tijd buiten.

Simon de mooringman en duiker!
OF...?
De generator draait en draait, water stroomt uit de slang van de dompelpomp. Iedereen wacht in stilte af wat er gaat gebeuren. De dinghy's dobberen rond. De twee powerboten aan weerszijde van de zinker, als twee walvissen met een stervende moederwalvis tussen hen in. De Coast Guard op afstand. Simon met zijn duikbril op zijn voorhoofd kijkt vanuit zijn bootje toe. De generator draait. De pomp spuwt water. Als er een boot hard voorbij vaart, ment iedereen hem vaart te minderen. Golven kunnen we niet hebben. Tien minuten gaan voorbij, een kwartier. Dan wordt er gewezen naar de voorpunt. De stootrand. Het lijkt wel of... Ja, werkelijk. De punt zakt niet meer. Hij komt zelfs een beetje omhoog. Voorzichtig ontstaat er beweging aan dek. Nog even wachten. Ietsje verder omhoog nog. Nog een beetje. Kom op. Stijg boot, stijg!

Nog tien minuten later kapt de beheerder het anker. Voorzichtig duwen de twee powerboten de zinker richting werf. Heel langzaam, heel voorzichtig, steeds een stukje verder, steeds bijsturen, om geankerde schepen en afgemeerde schepen heen. Op de een of andere manier sta ik precies op een plek aan dek dat ik beide schippers van de powerboten kan zien, zij kunnen elkaar niet zien. Via mij kunnen ze met elkaar communiceren en ik geef hen aanwijzingen die ze opvolgen. Ik merk tot mijn eigen verbazing dat ik het erg naar mijn zin heb. Een half uur later ligt de boot voor de hijskraan. De angst en zorg maakt bij iedereen langzaam plaats voor voorzichtige euforie. We zijn druk bezig om alles goed te laten verlopen en iedere keer dat een van de broers mijn pad kruist, grijpen ze mijn beide handen en schudden die hard door elkaar om met tranen in hun ogen te zeggen dat ze mij zo dankbaar zijn. Kijk, daar weet ik dan weer geen raad mee. Hoe zo? Het enige wat wij hebben gedaan is een ander helpen die op zee in de problemen is, net zoals wij hopen dat anderen ons helpen als wij in de problemen komen. Het is een vanzelfsprekendheid om iemand in deze situatie te helpen en dat dit bijzonder is, is in mijn gedachten geen moment opgekomen.


Met hulp van flink wat lokale PK's wordt het schip naar de werf gevaren.

De "Furious 3" met 200 PK

En daar ligt ze.... Het zal nog een hele nacht duren voordat ze weer op haar waterlijn drijft.


VERKEERDE BRANDSTOF
Hoewel we op de werf liggen is de kraan in geen velden of wegen te bekennen. Er wordt druk overlegt tussen de werf en de vader van de eigenaar, die alles vanaf land heeft aangeschouwd. De generator loopt, de pomp spuugt onophoudelijk water overboord. De meeste toeschouwers en helpers zijn maar huis. Ik blijf aan boord voor de generator. Broer verdwijnt en komt later terug met een miniatuur pomp. Die doet zo weinig, dat hij al gauw wordt stopgezet. Maar ook onze generator stopt, benzine op. Iemand heeft een jerrycan gebracht en we gooien dat in de generator. Hij loopt even, maar stopt dan weer. Ik krijg hem met geen mogelijkheid aan. Toen de man de brandstof bracht beaamde hij dat het ongelode benzine was. Maar als ik de volgende dag de jerrycan aan hem teruggeef en meldt dat de generator er niet op liep, zegt hij 'aha, dan weet ik nu dat het geen benzine is'. Juist ja. 

Het begint te stortregenen met een klap onweer. Ik dacht altijd dat dit een cliché was in slechte films; plensbuien en onweer als aankondiging dat er iets ergs gaat gebeuren. Hoe dan ook, (regen)water in de generator kunnen we niet hebben dus we verhuizen hem naar de stuurhut zodat ie droog staat. Broer en ik gooien de rommel uit de generator en vullen die met het laatste restje benzine uit onze jerrycan. Met grote moeite krijg ik de generator weer aan de praat. Ondertussen zakt de boot weer dieper weg, we liggen kennelijk nog zo diep dat de boot zonder pomp nog niet blijft drijven. Ik leg broer & broer uit hoe de generator werkt en we brengen broer nog even met onze bijboot naar het tankstation zodat hij extra benzine kan halen. Uiteindelijk draait onze generator en pomp de hele dag en nacht en is de boot de volgende ochtend om zes uur leeg.

SUPERMAN
'S avonds gaan we nog even kijken hoe het aan boord gaat en worden weer overstelpt met bedankjes, lof en allerlei andere verlegen makende toestanden. Aansluitend hebben we een borreltje met een aantal zeilers die ook bij de reddingsactie waren en iedere keer als er een nieuw iemand aanschuift, wijst een van de cruisers naar Hedda en mij en zegt 'those are the heroes of today'. 'En Simon' zeggen wij er steeds achteraan 'want hij heeft de gaten gedicht'. 'Ja, maar zonder jullie beslissingen en zonder jullie generator en pomp had de boot nu daar op de bodem gelegen'...
Nou, dan voel je je toch een beetje Superman. Onwennig en erg ongemakkelijk, maar toch... een beetje superman.

En dat suddert zo al een paar dagen door. Op het VHF netje 's ochtends worden we uitgebreid bedankt voor onze inzet. En hier op en rond de werven van Chaguaramas spreken onbekenden ons af en toe aan en vragen of wij degene zijn die de zinkende boot hebben gered. Dan kloppen ze ons op de schouders en vertellen hoe geweldig zij dat vinden. Broer & broer en vader van de eigenaar zoeken ons op en raken niet uitgepraat over wat wij hebben gedaan voor hen.


Het voelt ongemakkelijk, zo veel schouderkloppen. Want wat wij deden is niet meer dan een vanzelfsprekendheid. Het is het enige dat wij en met ons alle zeilers kunnen en zullen doen als er een boot in problemen is: hulp bieden. Want er komt een moment dat je zelf hulp nodig hebt dan wil je ook geholpen worden. Zeker als je, zoals wij, soms als twee druppels lijkt op Laurel en Hardy. 



Afbeeldingsresultaat voor laurel and hardy in a fishing boat




1 opmerking:

  1. We willen je niet nog ongemakkelijker laten vielen maar toch.... Goed gedaan. We zullen als we morgen door Amsterdam varen ( ja ja we zijn bijna thuis) de stad de groeten overbrengen en laten weten dat Antares haar thuishaven mist.

    Groetjes,
    Maarten en Anna

    BeantwoordenVerwijderen