vrijdag 15 april 2016

BVI&USVI: MAGNIFIEK CHARTERGEBIED


allereerst, iedereen hartelijk dank voor de geweldige mails, foto's, elektronische kaarten (en echte kaarten van neef Tijn, nicht Fien en tante), filmpjes ter gelegenheid van Quirijns verjaardag. Geweldig! 



Met Pasen lagen we op Anagada, een eiland van de British Virgin Islands. Het was druk op de ankerplaats. Paasvakantie in Amerika, kennelijk vliegt Amerika dan en masse naar de BVI en USVI om een weekje te zeilen. Zo druk, dat wij aan het tellen sloegen. We telden 68 zeilboten, terwijl er naar ons idee plek was voor maximaal vijftig. Alle moorings bezet, de laatkomers voeren paniekerig rond want nu moesten zij ankeren. Help! Ankeren, dat is toch even wat anders dan in de brochure stond. We telden verder. Van de 68 zeilboten waren er... 9 cruisers zoals wij, dus 59 huurboten. Wij vonden nog net een ankerplekje voor het rif, met twintig centimeter water onder onze kiel. Nu liggen wij sowieso nooit aan een mooring, dat scheelt ons 25 a 30 us dollar per nacht. Scheelt ons op de gehele reis ruim zevenduizend euro.

drukte op de mooringplaats van Anegada



Wij begrijpen die boothuurders trouwens wel. De BVI is werkelijk een geweldig vaargebied om een zeilboot te huren. Ik wijd daar nu niet te veel over uit want ik hoop daar binnenkort een artikel over te schrijven voor in Zeilen magazine, dan kunnen jullie het daar lezen in mooi opgemaakte vorm en op glanzend papier ;-). Voor nu beperk ik me in dit blogbericht even tot onze sores op de ankerplekken en de kneuterigheid  van onze belevenissen.

Het is erg mooi zeilen hier, veel eilandjes op korte afstand van elkaar.


GROOT, GROTER, GROOTST?
Lagoon 52, met stuurwiel op het dak. Met 6 past het net...
Stootwillen naast je boot, zoals we zien bij sommige boten aan de moorings, zijn niet overbodig. De moorings zijn ooit uitgelegd op de gemiddelde bootgrootte van een jaar of tien geleden. Toen kon je nog prima je vakantie met zes personen vieren op een 38 voet monohull. Dat kan tegenwoordig echt niet meer, je hebt nu minimaal een 48 voet catamaran nodig. Maakten we vorig jaar op Mayreau nog een foto van een Lagoon 52 catamaran (ruim 15 bij 10 meter), omdat we die (terecht) zo be-la-che-lijk groot vonden en absurt pompeus met een extra verdieping boven de kuip waar je stuurt met een mensenhoog stuurwiel... daar zijn we nu gewend geraakt aan deze mastedonten. Inmiddels vinden we een Lagoon 51 gewoon 'De Norm' en praten we bij een 44 voet catamaran al over 'een kleintje'.

----------------------------------------------------------------------------------------
CLUBWEEKEND
Gek is dat, die gewenning. Wat hier normaal is, is in Nederland ondenkbaar. Je zou die dingen eens in Nederlands perspectief moeten plaatsen, pas dan kun je je weer voorstellen hoe groot ze zijn...

Laten we zeggen, de achttien cats tussen 44 en 74 voet die vanavond rond ons in de baai liggen gaan gezellig een weekendje met elkaar varen in Nederland. Clubweekend van de 'Vereniging van Catamarans Met Bescheiden Afmetingen' ofzo. Vrijdagmiddag verzamelen in Amsterdam. Dan door de Oranjesluis. Per schutting passen er wel twee (!) cats in de sluis. De drie grootste moeten alleen, anders past het niet. Ruim vier uur later is de hele vereniging door de sluis. Even flink gas erop om voor borreltijd af te meren aan de -gratis- kade op Marken. Maar dat lukt wel, de cats zijn gewend aan volgas op de motor varen, ook als het waait (de zeilen zijn kennelijk voor de sier) en met tien tot twaalf knopen per uur schiet het lekker op. De hekgolven maken van het Markermeer een golfslagbad die de beschoeiing verwoest en andere watersporters het kunstgebit uit de mond rammelt, maar omdat je als Cat vaarder nooit achterom kijkt kun je je daar ook niet schuldig over voelen. De laatste cat sluit de haven van Marken af als de kurk op een fles en de veerboot Marken-Volendam moet voorlopig maar aan het havenhoofd aanlanden.

Zaterdag vroeg naar de oude haven van Hoorn. Oeps! Zelfs de kleinste cat past niet door het oude sluisje dat toegang geeft tot de gezellige haven midden in de historische binnenstad. Dan maar de naastgelegen Grashaven. Er volgt een grote opstopping wanneer alle gevaartes die haven in proppen. De bruine vloot die met hun Duitse opvarenden ook net Hoorn binnen wil, moet een uurtje wachten tot de haventoegang weer vrij is van manoeuvrerende cats. Vaste ligplaatshouders (zoals Peter Bor en Mar&Nick) kunnen hun eigen ligplaats niet meer bereiken of verlaten, maar de Cat Club ligt er lekker bij. Plop! Schieten de champagnekurken door de haven. De twee grootste cats passen er helaas niet meer bij maar vinden een plek aan de steiger voor riviercruiseboten, die vandaag Hoorn maar even moeten overslaan. Hoorn transformeert in een drijvend appartementencomplex en de voorzitter van de club rekent 1875,93 euro havengeld af... Dat is dan wel inclusief gebruik van de douche en toiletfaciliteiten van de haven, maar die blijven onbenut want iedere cat telt minimaal vier natte cellen, o pardon, luxe badkamers. Zo liggen er die nacht minimaal 72 badkamers in de Grashaven. Er wordt uiteraard gedineerd in het restaurant, waardoor de achttien vaatwassers aan boord onbenut blijven. De wasmachines en drogers aan boord van de cats draaien die nacht wel overuren, om de restaurantlucht uit de blazers te spoelen. Zondag na een uitgebreid ontbijt vertrekt ieder weer naar de eigen thuishaven. Het was een geslaagd weekend.
----------------------------------------------------------------------------------------

MAAR DIE BVI's DAN?
O ja, de BVI's. Het is er lekker zeilen. Grote en kleine eilanden, heel veel baaien waar je lekker kunt snorkelen in glashelder water. Mooie stranden en heel veel strandtenten. Alhoewel die voor ons ongeschikt zijn, nu we besloten wat langer op reis te blijven moeten we extra op ons geld letten. En ook moesten we dat niet, vinden we negen us dollar voor een biertje echt te duur. Op Anegada besparen we ook flink, door in plaats van de toeristentaxi te nemen, te gaan lopen. Quirijn op zijn loopfiets, wij op onze slippertjes. Klap, klap doen de slippers over de enige Betonweg die het eiland rijk is. 

klap, klap... op de slippertjes over de betonweg

ff kijken vanaf
een afgezaagde
telefoonpaal. Zie
ik al Flamingo's?
We zoeken de flamingo's, die hier jaren geleden zijn uitgezet. In het eiland ligt een groot zoutwatermeer en daar zouden die flamingo's zich bevinden. Helaas is de populatie flink teruggelopen doordat de eilandbewoners veel flamingo's afschoten en opaten. Heel in de verte zien we roze stipjes en dat moeten ze zijn. Met het fototoestel helemaal ingezoomd en later op de computer nog eens verder ingezoomd determineren wij vage roze stippen. We hebben flamingo's gezien! ...Alhoewel de eilandbewoners ook best een aantal roze vlaggen op stokken in het zoutwatermeer zouden kunnen hebben geplaatst.
Ziet u ze? FLAMINGOOOOS... of roze vlaggen.


Wij zien de hele verdere dag betonweg en lopen ruim zeven kilometer naar het enige dorp op het eiland; Settlement. De eilanders zijn vriendelijke mensen, iedereen toetert en zwaait als hij ons in zijn oude auto passeert. Niemand biedt ons evenwel een lift aan; toeristen horen immers voor veel geld een taxi te nemen. Geen punt, wij wilden zelf gaan lopen en wat beweging is lekker omdat we de dagen ervoor aan boord doorbrachten vanwege harde wind.

En verder gaat het over de betonweg

HET SEVILLA VAN DE CARIEB
Met de kilometer groeit onze verwachting van Settlement. Een koud drankje. Een terras. En IJs. Veel ijs. Een dorpspleintje misschien? Met terrasjes onder een rij bomen? Wat cafeetjes rond dat plein. Een oud 18e eeuws kerkje aan de kop? Misschien wat historische panden, uit de tijd dat de Spanjaarden vanuit Zuid- en Midden-Amerika langs Anegada voeren met schepen afgeladen met goud. --Anegada is in tegenstelling tot andere eilanden in deze regio erg vlak en laag met bovendien tot kilometers ver in zee een rif net onder de wateroppervlakte. Er zijn in het verleden heel wat schepen op gestrand, waaronder regelmatig Spaanse schepen met goud beladen. Men heeft meer dan 300 scheepswrakken rond het eiland geïnventariseerd-- Dus, zo mijmeren wij al sjokkend langs de betonweg, als je dan toch gestrand bent, waarom niet een mooi dorpje uit de rifgrond timmeren? Die groeit natuurlijk na verloop van tijd uit tot een stad. Een belangrijke handelsplaats. Sjieke koopmanshuizen om het goud te verhandelen, een kathedraal, van binnen rijkelijk afgewerkt met puur goud?!

Ja, we verlangen eigenlijk wel naar een gezellige Spaans of Portugese stad. Met dito plein van allure en historische schoonheid. Zonder Spaanse tapas, dat snappen wij ook wel. Zal wel meer Amerikaans menu zijn hier, gegeven de vele Amerikanen die hier komen. Settlement groeit bij iedere stap die we zetten en neemt ongekende vormen aan. Ook Quirijn houdt 2 1/2 uur een goed tempo aan. We lazen ergens dat er in Settlement een Iguana kwekerij is. Op Bequia bezochten we in oktober een schildpaddenkwekerij en dat was een groot succes. Nu, in Settlement, lonkt een kwekerij met een uitzonderlijk type leguaan, die alleen hier voorkomt.

Welcome to THE Settlement! Het landschap verandert nog weinig

PLEIN VAN DE HEMELSE VREDE
Na het 'Welcome in Settlement' bord verandert er voorlopig nog weinig aan het landschap. Nog steeds mangrovestruiken met daaronder afval. Dat valt wel op, overal ligt rommel. Huisafval, bouwafval, iedere tweehonderd meter een leeg Heinekenflesje in de berm als was het een reclamestunt bedacht door Freddy zelf. Ik vind diverse slangetjes in verschillende formaten, die ik goed kan gebruiken aan boord. Ik leg ze steeds aan de overkant van de weg neer, zodat ik ze op de terugweg mee kan nemen.

Na de energiecentrale (twee dieselgeneratoren en wat oude accu's) wandelen we de banlieue van Settlement binnen. We tellen zes golfplaten huisjes omgeven door kale rotsbodem en een koelkasten- alias autosloperij. Om de bocht zien we de nieuwe bibliotheek, groots en -vooruit- wat pompeus. Verlaten ook trouwens. Maar dit is een goed teken. Zo'n formaat bibliotheek bouw je alleen bij een stad met allure. Dan naderen we een café, naar later blijkt het enige. We zijn net te laat; het toegangshek en kettingslot zijn verroest, de verf bladdert van het hout, de cafénaam is onleesbaar geworden door erosie en de parasols waaiden jaren geleden weg. 

Het cafe is vandaag gesloten...


Het Plein Van De Hemelse Vrede blijkt een kaal en dor vierkant met aan de kopse kant het gemeentehuis of eigenlijk gemeentehok, aan de linkerkant een brandweerkazerne zonder brandweerauto's en de andere twee zijden zijn nog in de markt voor een ambitieuze vastgoedontwikkelaar. We vinden een piepklein winkeltje-met-weinig en kopen er drie taaie bolletjes en een pak sap.

Alle beroemde pleinen ter wereld vallen in het niet bij het centrale plein van Settlement
Mooi bord, nieuw kantoor, maar geen iguana te bekennen helaas
Op naar de iguanas dan maar. Op het terrein staat een spiksplinter nieuw kantoortje met de fabrieksstickers nog op de ramen. Alle hokken zijn leeg. Ook het informatieblad ziet er vrij nieuw uit. Maar geen iguana te bekennen. Geen medewerker ook trouwens. 'Al jaren gesloten', zo leren we als we navraag doen in het dorp. 'Maar dat nieuwe kantoor dan?' vragen wij. 'Subsidie'. Sorry Quirijn, we kunnen er ook niet meer van maken. Na de taaie broodjes en sap beginnen we onze terugtocht Langs de Lange Betonweglaan.

Dit is ook Anegada. Prachtig mooie drooggevallen vlakte





THE BATHS: ONGEKEND FRAAI

De volgende dag zeilen we bij twintig tot vijfentwintig knopen halve wind een kleine twintig mijl terug naar Virgin Gorda en bezoeken de volgende dag The Baths, een gebied met door erosie afgeronde rotsformaties op de grens van land en water. 

De pilot is lyrisch over The Baths, maar dat kennen we inmiddels; die pilots overdrijven regelmatig. Maar in dit geval niet, wij vinden de Baths ongekend fraai. We zijn er op zaterdag, wat de wisseldag is voor de huurboten. Daarom is het er relatief rustig. We vinden het zo mooi, dat we zondag nog een keer gaan.
(sorry weer voor de layout, ik krijg de fotos niet mooi uitgelijnd in blogspot)















Aansluitend bezoeken we verschillende onbewoonde eilanden, waar we steeds een nacht ankeren. We zien schildpadden en roggen en snorkelen langs rotsen en door een grot. Het water is prachtig helder, zelfs op tien meter diepte zien we ons anker liggen. Een aantal dagen later varen we langs het grootste eiland van de BVI, Tortola, naar het eiland Jost van Dycke, vernoemd naar een Nederlandse zeerover. We bezoeken een soort klein zwembadje achter de rotsen, waar het zeewater zich met geweld door de rotsen perst en het zwembadje omtovert tot een soort bubbelbad. Maar de zee is momenteel rustig dus bubbels zijn er weinig.





Voor anker in de BVI's

SOCIAL EVENTS
Oeps! Bijboot klem onder de steiger. Gelukkig niet onze bijboot,
en samen met de eigenaar krijgen we hem vrij.
We zijn deze dagen ook weer druk met sociale activiteiten. Ontmoeten oude bekenden waarmee we aan boord borrelen. Ook ontmoeten we (voor ons nieuwe) Nederlandse boten die in de zomer van 2015 uit Nederland vertrokken. We borrelen op Antares met een Nederlands en Vlaams echtpaar. Twee dagen later borrelen we weer aan boord van Nederlanders die we eerder op Eustatius tegenkwamen en op Sint Maarten. Zij hebben twee kinderen en dat is leuk voor Quirijn. Helaas zit hun half jaar zeilen in de Carieb er al weer bijna op, dus hen zien we niet meer. Net als een andere Nederlandse boot waarmee zij opvaren, ook met twee kinderen. Hun boot gaat over een paar weken op transport terug naar Nederland. We nemen de volgende ochtend afscheid van hen en gaan direct door naar het strand voor een ochtendje met een Engels gezin met twee kleine kindjes. Zij zijn in december naar de Carieb gevlogen en blijven nog een jaar. Misschien ook naar de USA oostkust, al hebben ze dat nog niet voorbereid. Wie weet, zou wel leuk zijn. 
eerder op Eustatius tegenkwamen en op Sint Maarten. Zij hebben twee kinderen en dat is leuk voor Quirijn. Helaas zit hun half jaar zeilen in de Carieb er al weer bijna op, dus hen zien we niet meer. Net als een andere Nederlandse boot waarmee zij opvaren, ook met twee kinderen. Hun boot gaat over een paar weken op transport terug naar Nederland. We nemen de volgende ochtend afscheid van hen en gaan direct door naar het strand voor een ochtendje met een Engels gezin met twee kleine kindjes. Zij zijn in december naar de Carieb gevlogen en blijven nog een jaar. Misschien ook naar de USA oostkust, al hebben ze dat nog niet voorbereid. Wie weet, zou wel leuk zijn.

Ook mooi toch? Sandy Cay, naast Jos van Dycke. Hier maken we een korte stop en wandelen het eilandje rond.





Een daje regen. Na schooltijd maken we een containerchip van Lego 


Soggy Dollar bar


Na het strand doen we de was voor ongekend weinig geld en met warm water, wat haast nooit voorkomt. Slechts 2 USD voor een wasmachine met warm water. Voor 6,5 USD hebben we alles gewassen en gedroogd. Wat een feest, wat een luxe! Daarna varen we door naar Jost vanDycke, waar de twee Nederlandse schepen vanochtend naartoe vertrokken en we hen op het strand toch nog weer even ontmoeten en bij de Soggy Dollar Bar samen een Painkiller drinken, een typisch rumdrankje die je in deze baai 'moet' drinken omdat hij hier zou zijn bedacht... Althans, volgens de marketing van het cafeetje dan he? In ieder geval slaat het aan, de baai ligt vol dagjesboten met Amerikanen die zich dronken drinken.
vakantie vieren doe je zo

HOOG TEMPO
De volgende dag gaat ons tempo nog wat verder omhoog. We gaan vroeg ankerop en varen naar een volgende baai, waar we voor anker gaan om uit te klaren uit de BVI. Daarna meteen weer ankerop en varen acht mijl verder naar Cruz Bay op de US Virgin Islands waar we ankeren in een heel krap hoekje van de baai; de rest van de baai ligt weer vol moorings.

Het is hier echt manoeuvreren op de centimeter. Onze kiel schuift de zandhoopjes op de zeebodem vlak en we zetten zo weinig ankerketting dat we net blijven liggen maar de achterzijde wel vrij blijft van de rotsen. Binnen No time ligt er alweer een zeilboot pal voor ons, boven ons anker en als we na het inklaren terugkomen ligt er ook een naast ons, de opvarenden houden hun boot vrij van onze boot door als we te veel naar elkaar toe draaien een stootwil erbij te pakken. Als wij aan boord zijn, kunnen zij naar de kant zodat wij hun stootwil taak overnemen.

We kunnen bijna overstappen op de boot naast ons
We gaan snel weer ankerop en timen ons vertrek precies als de wind de boot voor ons net vrij draait van ons anker. Best een leuke ervaring zo. Gelukkig is er weinig wind, anders is de situatie niet in de hand te houden. We varen zes mijl verder en ankeren in de luwte van Saint James Island, tussen Sint Johns Island en Thomas Island, waar we morgen heen varen. Vier baaien op een dag, drie keer anker op, drie keer anker neer. Uitklaren, inklaren, drie keer het water in om snorkelend het anker te checken. Ons nieuwe dagrecord.




PIZZABOOT
Bij St James Island ligt een oude zeilboot die omgebouwd is tot afhaal pizzeria. Het interieur is eruit gesloopt en pizza ovens zijn er in gezet. De achterkant kan openklappen, daar vaar je met je dinghy heen en bestel je pizza. Erg grappig. Twintig dollar voor een kale 
Pizza op de Antares


pizzabodem is ons natuurlijk weer te duur en met topping wordt het al helemaal onbetaalbaar. Maar Hedda is geïnspireerd en maakt pizza's op tortilla bodems.













SPAANS DENEMARKEN
We zeilen de volgende ochtend door naar de hoofdstad van het eiland St Thomas, Charlotte Amalie. Tot ongeveer 1920 was dit eiland van Denemarken, tot de USA het kocht voor ca 25 miljoen, om te voorkomen dat een toenmalig vijandige staat (lees Duitsland) het eiland zou kopen, zo dicht bij het vasteland van de USA. 'Nu zijn er dagen dat er cruiseschepen vol Duitsers aanmeren en wordt het eiland alsnog ingenomen door Duitsers', aldus een local. Wij willen boodschappen doen en lopen een uur naar een supermarkt. Zowel op de heen als terugweg rusten we uit bij een honkbalveld, waar een jeugdtoernooi gaande is. Later leren we dat er aan de andere kant van de ankerbaai een supermarkt is op twee minuten lopen van de dinghy steiger... Nu ja, da's handig want daar halen we de volgende middag 72 liter drinkwater die we met ons steekkarretje in twee etappes naar de bijboot rijden. Hartstikke handig.

Even zijn we toeschouwer bij een honkbaltoernooi

Het fort is gesloten voor renovatie. toch maar even kijken, denkt Quirijn

Antares weer voor anker in een mooie baai
SCHOOL SPEL
Diezelfde zondag wandelen we door de historische binnenstad van Charlotte Amalie en dat 
Dan weer Spaans
verrast ons aangenaam. We zien een mengeling van Deense en Spaans-Caribische architectuur en wanen ons het ene moment op een Deens eilandje, dan weer in een Spaans dorpje, daarna in Puerto Rico. Hedda is creatief zoals altijd en ziet in een parkeerplaats met genummerde parkeervakken een geweldig school gerelateerd spel, door cijfers te noemen, waarna Quirijn daar heen moet rennen en ik vijf seconden later mag vertrekken. Later worden het kleine rekensommetjes, een stuk lastiger voor Quirijn maar met behulp van tellen op zijn vingers komt hij daar ook uit.

Dan weer Deens(achtig)

Ai, ai, wat een lang verhaal. Tijd om te stoppen. De zeilers onder onze bloglezers hebben tenslotte wel wat beters te doen; het zeilseizoen in Nederland is weer begonnen dus er kan zelf weer gevaren worden. En da's toch een stuk aangenamer dan die verhalen van Hedda, Quirijn en Walewijn. En de niet-zeilers hebben natuurlijk ook van alles te doen. Naar de voorbeschouwingen van Johan Cruijff luisteren over de voorbereidingen van het Nederlandse Elftal op het WK voetbal van aankomende zomer bijvoorbeeld.

En wij vertrekken van de USVI/ Op naar Puerto Rico. We verlaten Charlotte Amalie door een nauwe doorgang. Dit was vroeger gewoon land, maar heeft men doorgestoken. Links en rechts van de boot zie je nog stroken van het land.

2 opmerkingen: