dinsdag 21 juni 2016

SLEEPBOOT ANTARES

'I love it when a plan comes together' sprak mijn jeugdheld John 'Hannibal' Smith altijd, als hij en zijn vrienden weer eens een paar nare vechtersbazen te grazen hadden genomen. Sigaar in de mondhoek, grijns van oor tot oor. Hannibal was geen zeiler. En gelukkig maar. Want plannen van zeilers sneuvelen regelmatig. Zo ook de afgelopen dagen bij Antares.

HOLLEN OF STILSTAAN
De weersomstandigheden langs de Amerikaanse oostkust zijn redelijk vergelijkbaar met die in noord west Europa. Veel lagedrukgebieden en depressies, met tussendoor een aantal dagen om weer verder te hoppen. Enig verschil is dat hier ook iedere dag wel onweersbuien overtrekken en squalls met windstoten. Die maken de weergaten vaak nog korter. En lagedrukgebieden kunnen een tropisch karakter hebben, wat lekkerder klinkt dan dat het is. En dus wachten wij in West Palm Beach tot tropische storm 'Colin' voorbij is en gebruiken de instabiele dagen erna om via de ICW* (wat de ICW is, staat onder dit blogbericht uitgelegd) noordwaarts te varen.


Tropische storm Colin trekt over. Prachtig te zien aan de dreigende lucht die nadert.
'Bij ons in West Palm Beach' hadden we wel wat regen en windvlagen, maar was er niets aan de hand.
Noord Florida had te maken met dikke wind en veel regen.
Er is langs de ICW meer dan genoeg te zien. In Florida bouwen ze de meest mooie... uhm... afgrijselijke huizen, zoals een mix van renaissance en moorse elementen, in combinatie met moderne witte kunststof kozijnen en schuifpuien. Nep rotsen in de tuin waar dan een waterval vanaf stort. We vervelen ons geen moment, hebben genoeg te zien. Niet alle delen van de ICW zijn zo bekijkelijk, maar dat lezen jullie pas in een volgend weblog.
Genoeg te zien langs de ICW in Florida. De meest 'prachtige??' optrekjes...

Ook langs de ICW: een zeilboot met imperiaal, of dakterras
We hebben ook genoeg te doen onderweg. We varen gezellig met de Arion op en soms zo dicht bij elkaar, dat er over en weer bellen geblazen en gevangen kunnen worden. Ook varen we met Puff op, maar na twee dagen volgt het afscheid en gaan zij terug naar West Palm waar hun boot op transport gaat. Dezelfde middag vinden we bij aankomst op onze ankerplaats in Fort Pierce tot onze verassing de Tisento, waar we twee weken eerder afscheid van namen! We vieren het leuke weerzien met thee in plaats van alcohol, want de komende dagen moet er flink gevaren worden en met een kater is dat geen pretje.


Bellen blazen en vangen.
Puff en Antares (bemanning) eindelijk weer eens samen onderweg. Hoe super leuk is dat!
SNELWEG
Er is een mooi weergat van maar liefst drie dagen, waarin we flink noordwaarts kunnen hollen over zee. Zondag, maandag en dinsdag. Dat wil zeggen, er is geen wind, maar die kan dan ook niet uit de verkeerde hoek komen. In de loop van woensdag nemen squalls en onweersbuien weer in intensiteit toe, gaat het harder waaien en wel uit het noordoosten; pal tegen onze richting. Later in de week volgt dan waarschijnlijk weer een (tropisch) laag, met veertig tot vijftig knopen wind (windkracht acht, negen).

Ons plan is om naar Charleston te varen, ongeveer 330 mijl noordelijk. We motoren zondagochtend vroeg vijftien mijl de zee op, op zoek naar de Golfstroom die met twee tot drie knopen noordelijk stroomt. Arion is voor ons vertrokken en op de AIS zien wij dat hun snelheid oploopt van 4,5 knoop naar 5,5, 6, 7, 7.8 knoop. Anderhalf uur later zien we ook onze snelheid toenemen, zodra de waterdiepte meer dan honderd meter aangeeft. 'Daar gaan we dan' roepen we enthousiast als de snelheid steeds meer oploopt. We tikken regelmatig 8 knopen aan (whoehoe!) en berekenen dat deze 300+ mijl lange tocht waarschijnlijk in maar 48 uur tijd kunnen volbrengen, waarbij we zestig mijl voor Charleston weer 'afslaan' van de Golfstroom snelweg.


WE HAVE A PROBLEM
Onze stuurautomaat heeft een nukkige dag, hij wil niet al te best koers houden en vindt kennelijk dat wij zelf maar eens moeten sturen, hij heeft immers de hele weg van de Bahama's naar Florida al gestuurd. Afwisselend sturen we zelf of laten het over aan de stuurautomaat. Quirijn speelt met lego in de kuip, we zetten een luisterboek op, sturen, houden uitkijk, werken administratie bij, doen de afwas en maken lunch. Het zijn lekkere vaardagen, zo zonder golven kun je opeens van alles doen op zee.


Onderweg naar Charleston krijgen we een vogel op bezoek, hij hupt lekker rond in de kuip en stoort zich niet aan ons.
'Arion gaat nog maar 2,7 knopen'. Op de AIS ziet Hedda dat hun snelheid teruggevallen is. Misschien hijsen ze het zeil? Een tijdje later gaan ze nog steeds langzaam. We roepen ze op met de marifoon. 'Yes, we have a problem' vertellen ze. De automatische brandblusser in de motorruimte is afgegaan. Het hele motorcompartiment zit onder de witte bluspoeder en de motor doet het niet meer. De bluspoeder spoot zelfs uit de uitlaat, dus de motor zit ongetwijfeld ook intern vol met bluspoeder. Maar het lijkt er op dat er een beetje wind is dus ze gaan zeilen. Wij kunnen gewoon doorvaren, zij redden zich wel...

NIEUW PLAN
Natuurlijk kunnen wij niet zo maar doorvaren, vinden we. Als wij daar zouden liggen, zouden we het ook prettig vinden als er een ander schip in de buurt is voor hulp. De omstandigheden om door te varen naar Charleston zijn ideaal nu en we weten dat het nog zeker anderhalve week zal duren voordat er misschien weer een goed moment komt... maar ja, Hannibal Smith kan de kolere krijgen, plan Charleston verdwijnt van de navigatietafel.

Terwijl we onze koers verleggen naar Arion maken we een nieuw plan. Canaveral is de dichtstbijzijnde haven, ruim 40 mijl westelijk. Ten noorden van die haven ligt een ondiep gebied. Als Arion nog langer met de Golfstroom meedrijft, zijn ze te noordelijk en is Canaveral onhaalbaar. 

Als we hen naderen, zien we de zeilen slap hangen. We stellen ons plan voor; eerst slepen we hen 10 mijl naar het westen, tot ze uit de Golfstroom zijn. In de avond gooien we de sleeplijnen los en blijven bij Arion dobberen; als we beide de gemiddelde snelheid onder 2 knopen houden, komen we in het vroege ochtendlicht bij Canaveral. We slepen hen dan bij daglicht de laatste mijlen de haven in. En zo doen we het.

Het is een lange nacht, dobberen met weinig snelheid. Als er gedurende de nacht een beetje wind opsteekt, moeten we zelfs zorgen dat we niet te snel gaan en varen met een piepklein puntje voorzeil. De Arion is een snelle zeiler, dus die gaan nog een keer overstag om een paar mijl terug te varen. De hele nacht zien we knipperende lichten voor ons; het zijn de torens, gebouwen en stellingen van Kennedy Space Center, het ruimtevaartcomplex van de NASA.  


Hedda maakt de lijn klaar voor de sleep
Sleeplijnen bevestigen. Ondanks de vlakke zee stuiteren de boten toch nog flink.
Je zou dit maar moeten doen met flinke golven??
 'TOW BOAT U.K.'
'De vorige keer dat we een boot sleepten [september 2014 bij Porto, red.] was ook al een Brit', zegt Hedda terwijl we in de vroege ochtend de kust naderen. 'Eigenlijk zijn wij Tow Boat U.K.'. In de USA heb je Tow Boat U.S., een sleepdienst waar veel mensen lid van zijn. De ICW is in theorie overal minimaal drie meter diep, maar sommige delen verzanden snel. Dan is een sleepdienst geen overbodige luxe. Wij verwachten ook delen van de ICW te zullen varen en werden daarom ook lid. Maar nu zijn wij zelf de slepende partij. De Britten hebben (nog) geen abonnement op Tow Boat U.S. 'Misschien worden we wel aangehouden straks, omdat we werk afpakken van Tow Boat...' zegt Hedda. Tja, met alle gekke regeltjes die we in de USA al tegenkwamen, zijn we een beetje paranoïde geworden. En misschien ook wel omdat we de serie 'Homeland' hebben gekeken, over de inlichtingendienst van de Amerikanen. 'Kijk' wijst Hedda met een knipoog naar een vogel die naast onze boot meevliegt 'daar heb je al het nieuwste model DRONE van de inlichtingendienst'. Maar gelukkig bestaat er nog de plicht die schepen hebben om andere schepen in problemen te helpen, dus daar kunnen we ons vast en zeker prima op beroepen mocht dat nodig zijn.


Na een nachtje dobberen pakken we de sleep weer op als de zon opkomt
We naderen Canaveral. Met de hoge torens van het space center op de achtergrond.


REN JE ROT
Arion legt contact met de marina en zij kunnen aan een langssteiger afmeren. Twee havenmedewerkers staan op de steiger om hen op te vangen. Natuurlijk ligt er al een boot aan de steiger en die ligt uiteraard precies in het midden van die steiger, zodat er voor en achter hen te weinig ruimte is om een eventuele uitloop op te vangen. Dit risico nemen we niet en we vragen de marina om een andere steiger. Dat kan, honderd meter verderop. Tot onze pret zien we dat de havenmedewerkers een heel eind moeten rennen om via een grote omweg op tijd bij de volgende steiger te zijn. Op het moment dat zij daar hijgend arriveren, overwegen we om -gewoon voor de lol- weer een volgende steiger te vragen. Dat doen we maar niet, ook al ligt hier ook weer een boot midden aan de steiger. Met hard kloppen (of door het harde uithijgen?) wekken de havenmedewerkers de opvarenden en die verplaatsen de boot een stukje, waarna de Britten veilig kunnen afmeren.


Gelukt! Arion komt veilig in de haven aan en wordt daar opgevangen door de uithijgende havenmedewerkers.
TWEE WEKEN VERTRAGING...
Ons weergat naar Charleston is verlopen en gegeven de weersverandering de komende tijd rest ons niets anders dan de ICW. Via een sluis varen we de ICW op. De route via de ICW is hier een stuk langer dan over zee, omdat de kust een ruime boog maakt, die je varend over zee kunt afsteken. Achter ons anker maken we een nieuwe planning. Naar Charleston is het via de ICW 359 mijl, oftewel een dag of tien varen, als alles meezit... Aj. Dat is bijna twee weken later dan we er zouden zijn als we gisteren 'gewoon' waren doorgevaren.


De DERDE sluis van onze reis. De eerste was IJmuiden, de tweede Oostende. Het is even geleden.

IF YOU NEED ANY HELP...
John 'Hannibal' Smith zou zich in zijn graf omdraaien (hij overleed een paar jaar geleden) als hij onze schuivende plannen zou zien. Maar als zeilende reizigers zijn wij wel gewend om te dealen met steeds veranderende situaties en onze plannen continu bij te stellen. Sterker, we maken van de nood een deugd en ankeren voor het Kennedy Space Center, waar over twee dagen een raket de ruimte in wordt geschoten. Dat willen we wel zien.

Toch is het jammer dat Smith en zijn kornuiten B.A., Face en Murdock jaren geleden met pensioen gingen. Ik had hun telefoonnummer al klaarliggen voor als we op de ICW een dienst weigerende brug zouden treffen. Want het met veel kabaal, vuur en stof opblazen van (vaarweg belemmerende) constructies was een van hun kernkwaliteiten... En dat beeld is mij, acht jaar oud in pyjama voor de tv, wekelijks ingeprent tijdens de begintune van de serie die altijd eindigde met de door een coole stem uitgesproken...


     If you Need Any Help And You Can Find Them... Hire Them...  

T H E    A - T E A M   



Tatedataaaa tadataaaa tetedadedataaaa tatedataaaaaa...






*) ICW
De Inter Coastal Waterway is een waterweg die over een afstand van circa 1500 mijl van Florida tot ergens bij New York loopt. Grotendeels net achter de zeekust in het binnenland. Mijl na mijl na mijl slingert de route door het landschap, dan weer over een breed meer, dan weer door een smalle sloot of slingerend door een kreek. Zoals de staande mastroute in Nederland, maar dan oneindig en oneindig lang. Met ontelbaar veel bruggen, elektriciteitskabels en bordjes die de route markeren.

Deels een natuurlijke waterweg, deels aangelegd. De historie voert terug naar de Tweede Wereldoorlog, toen de oostkust van Amerika werd geplaagd door U-boten, Duitse onderzeeërs die over de Atlantische Oceaan struinden op zoek naar geallieerde schepen om tot zinken te brengen. Langs de oostkust van de USA boekten de U-boten succes en brachten zo de bevoorrading van de Amerikanen vrijwel tot stilstand. De Amerikanen besloten vervolgens de ICW te realiseren waardoor een vrij veilig binnenlands watertransport mogelijk werd.

Het is uitermate prettig voor ons, varende reizigers, dat de ICW nog altijd bestaat en hij wordt dan ook volop gebruikt door pleziervaart. De Staten waar de ICW doorheen loopt spraken af om de vaarroute op drie meter diepte te houden, maar het kan verkeren. Als overheid wordt je soms geconfronteerd met een bezuinigingsopgave en dan is zo'n route natuurlijk een mooi besparingswonder. Immers, bezuinigen op de gezondheidszorg is veel opvallender dan een vaarwegbodem. - Ziet toch niemand. En als je dan ook nog eens schuivende zandbanken in je beheergebied hebt, dan kun je enige onvolkomenheden als te ondiepe waterwegen natuurlijk makkelijk afdoen met een 'Ich habe es nicht gewuszt'. Al is juist die uitspraak, tegen de achtergrond van het ontstaan van de ICW, misschien wel toepasselijk, maar eigenlijk ongepast.

1 opmerking:

  1. Sleepbootassistentie verleend!? En eigen raam aam diggelen?
    As the saying goes; "No Good Deed Goes Unpunished!"
    'tBlijft enerverend en hopelijk tot in NYC
    T&G

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.